batikken
werkwoordBetekenis
- stof bewerken met was en vervolgens met kleurstof om er kleurige patronen op aan te brengen
Vervoeging van batikken
batikkenhele werkwoord — batikteverleden tijd enkelvoud — batiktenverleden tijd meervoud — gebatiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | batik | batikte |
| jij | batikt | batikte |
| hij, zij, het | batikt | batikte |
| wij | batikken | batikten |
| jullie | batikken | batikten |
| zij | batikken | batikten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| batik | gebiedende wijs |
| batikke | aanvoegende wijs |
| batikkend | onvoltooid, deelwoord |
| batikte | verleden tijd |
| er is gebatikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebatikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebatikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebatikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebatikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebatikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebatikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebatikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebatikt | verleden tijd, deelwoord |
| gebatikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebatikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebatikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebatikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebatikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebatikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebatikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebatikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebatikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebatikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebatikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te batikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebatikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen batikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt batikken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebatikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen batikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult batikken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebatikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Uit het Javaans.
Woordfamilie van batikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| batik | gebiedende wijs | batikken |
| batikke | aanvoegende wijs | batikken |
| batikkend | onvoltooid deelwoord | batikken |
| batikkende | woordvorm | batikken |
| batikt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | batikken |
| batikte | verleden tijd | batikken |
| batikten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | batikken |
| gebatikt | voltooid deelwoord | batikken |
| gebatikte | woordvorm | batikken |
| batiks | meervoud | batik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van batikken zijn vastgelegd.