basta
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord ˈbɑstaBetekenis
- uitroep om een eind te maken aan verdere tegenspraak
- (omber, quadrille) klaveraas, de derde troefkaart
Hoe spreek je basta uit?
/ˈbɑsta/
Basta bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- klaveraas, de derde troefkaart
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans of Italiaans, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: genoeg!’ voor het eerst aangetroffen in 1617
Woordfamilie van basta
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| basta's | meervoud | basta |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basta zijn vastgelegd.