canasta
zelfstandig naamwoord kaˈnɑstaBetekenis
- uit Argentinië afkomstig kaartspel, gespeeld met twee spellen kaarten inclusief jokers (2 keer 52 kaarten en 2 keer 2 jokers, dus 108 kaarten)
- mand
Hoe spreek je canasta uit?
/kaˈnɑsta/
Canasta bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| canasta's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1951
Woordfamilie van canasta
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| canasta's | meervoud | canasta |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van canasta zijn vastgelegd.