basisakkoord
zelfstandig naamwoord 'bazɪsɑkortBetekenis
- één van de 7 akkoorden (A,B,C,D,E,F,G) waarmee men de meeste liedjes op een gitaar kan begeleiden
- overeenkomst op hoofdlijnen die de basis vormt voor verdere afspraken
Hoe spreek je basisakkoord uit?
/ˈbazɪsɑkort/
Basisakkoord bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- elk van de 7 akkoorden (A,B,C,D,E,F,G) waarmee men de meeste liedjes op een gitaar kan begeleiden
- overeenkomst op hoofdlijnen die de grondslag vormt voor verdere afspraken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| basisakkoorden | meervoud |
| basisakkoordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| basisakkoordjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van basis zn en akkoord zn
Woordfamilie van basisakkoord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| basisakkoorden | meervoud | basisakkoord |
| basisakkoordje | verkleinwoord | basisakkoord |
| basisakkoordjes | verkleinwoord meervoud | basisakkoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basisakkoord zijn vastgelegd.