basisarts
zelfstandig naamwoord 'bazɪsɑrtsBetekenis
- arts die een universitaire studie heeft afgerond, maar zich niet specialiseerde in de huisartsengeneeskunde of een ander medisch specialisme
Hoe spreek je basisarts uit?
/ˈbazɪsɑrts/
Basisarts bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| basisartsen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van basis zn en arts zn
Woordfamilie van basisarts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| basisartsen | meervoud | basisarts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basisarts zijn vastgelegd.