barst
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord bɑrstBetekenis
- een breuklijn in een breekbaar voorwerp
- geen barst: niets
Hoe spreek je barst uit?
/bɑrst/
Barst bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- breuklijn in een breekbaar voorwerp
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| barsten | meervoud |
| barstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| barstjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van bar
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van bars
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van barsten
- gebiedende wijs van barsten
Vervoeging van barst
barsthele werkwoord
Woordfamilie van barst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| barstje | verkleinwoord | barst |
| barstjes | verkleinwoord meervoud | barst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barst zijn vastgelegd.