autorijder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een autovoertuig bestuurt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autorijders | meervoud |
| autorijdertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| autorijdertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van auto en rijder
Woordfamilie van autorijder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autorijders | meervoud | autorijder |
| autorijdertje | verkleinwoord | autorijder |
| autorijdertjes | verkleinwoord meervoud | autorijder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autorijder zijn vastgelegd.