Naar de inhoud

autopetten

zich met een autoped voortbewegen

autopetten

werkwoord

Betekenis

  1. zich met een autoped voortbewegen

werkwoord

  1. met een autoped ergens heen rijden ergative

Vervoeging van autopetten

autopettenhele werkwoord — autopetteverleden tijd enkelvoud — geautopetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik autopet autopette
jij autopet autopette
hij, zij, het autopet autopette
wij autopetten —
jullie autopetten —
zij autopetten —
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
autopet gebiedende wijs
autopette verleden tijd
autopette aanvoegende wijs
autopettend onvoltooid, deelwoord
er is geautopet impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geautopet impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geautopet impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geautopet impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geautopet worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geautopet zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geautopet worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geautopet zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geautopet verleden tijd, deelwoord
geautopet te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geautopet zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geautopet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
te autopetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn geautopet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen autopetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geautopet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen autopetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van autopetten

Vervoeging van autopetten

autopettenhele werkwoord — autopetteverleden tijd enkelvoud — geautopetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik autopet autopette
jij autopet autopette
hij, zij, het autopet autopette
wij autopetten —
jullie autopetten —
zij autopetten —
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
autopet gebiedende wijs
autopette verleden tijd
autopette aanvoegende wijs
autopettend onvoltooid, deelwoord
er is geautopet impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geautopet impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geautopet impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geautopet impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geautopet worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geautopet zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geautopet worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geautopet zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geautopet verleden tijd, deelwoord
geautopet te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geautopet zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geautopet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
te autopetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben/zijn geautopet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen autopetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geautopet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt autopetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen autopetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult autopetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van autoped met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van autopetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
autopet gebiedende wijs autopetten
autopette verleden tijd autopetten
autopettend onvoltooid deelwoord autopetten
autopettende woordvorm autopetten
geautopet voltooid deelwoord autopetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autopetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over autopetten

Wat is de betekenis van autopetten?
Autopetten is een werkwoord. De betekenis is: zich met een autoped voortbewegen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik autopetten?
Zo vervoeg je autopetten zo: de tegenwoordige tijd is autopet, de verleden tijd is autopette en het voltooid deelwoord is geautopet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord autopetten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. U 4
  3. T 2
  4. O 1
  5. P 3
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

autopetten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. U 2
  3. T 2
  4. O 1
  5. P 4
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

autopetten in het kort

autopetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van autopetten staan er 26 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort autopetten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

autopetten: zich met een autoped voortbewegen
Deel autopetten — standaardnederlands.nl