autopetten
werkwoordBetekenis
- zich met een autoped voortbewegen
werkwoord
- met een autoped ergens heen rijden ergative
Vervoeging van autopetten
autopettenhele werkwoord — autopetteverleden tijd enkelvoud — geautopetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | autopet | autopette |
| jij | autopet | autopette |
| hij, zij, het | autopet | autopette |
| wij | autopetten | — |
| jullie | autopetten | — |
| zij | autopetten | — |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autopet | gebiedende wijs |
| autopette | verleden tijd |
| autopette | aanvoegende wijs |
| autopettend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geautopet | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was geautopet | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd geautopet | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt geautopet | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geautopet worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geautopet zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou geautopet worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou geautopet zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geautopet | verleden tijd, deelwoord |
| geautopet te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geautopet zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben geautopet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| te autopetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn geautopet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen autopetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geautopet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen autopetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van autopetten
Vervoeging van autopetten
autopettenhele werkwoord — autopetteverleden tijd enkelvoud — geautopetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | autopet | autopette |
| jij | autopet | autopette |
| hij, zij, het | autopet | autopette |
| wij | autopetten | — |
| jullie | autopetten | — |
| zij | autopetten | — |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| autopet | gebiedende wijs |
| autopette | verleden tijd |
| autopette | aanvoegende wijs |
| autopettend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geautopet | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was geautopet | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd geautopet | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt geautopet | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geautopet worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal geautopet zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou geautopet worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou geautopet zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geautopet | verleden tijd, deelwoord |
| geautopet te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geautopet zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben geautopet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| te autopetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn geautopet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen autopetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geautopet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen autopetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult autopetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van autoped met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van autopetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| autopet | gebiedende wijs | autopetten |
| autopette | verleden tijd | autopetten |
| autopettend | onvoltooid deelwoord | autopetten |
| autopettende | woordvorm | autopetten |
| geautopet | voltooid deelwoord | autopetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van autopetten zijn vastgelegd.