automutileren
werkwoordBetekenis
- zichzelf (met opzet) verminken
Vervoeging van automutileren
automutilerenhele werkwoord — automutileerdeverleden tijd enkelvoud — automutileerdenverleden tijd meervoud — geautomutileerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | automutileer | automutileerde |
| jij | automutileert | automutileerde |
| hij, zij, het | automutileert | automutileerde |
| wij | automutileren | automutileerden |
| jullie | automutileren | automutileerden |
| zij | automutileren | automutileerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| automutileer | gebiedende wijs |
| automutileerde | verleden tijd |
| automutilere | aanvoegende wijs |
| automutilerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geautomutileerd | verleden tijd, deelwoord |
| geautomutileerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geautomutileerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geautomutileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geautomutileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geautomutileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te automutileren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geautomutileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen automutileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geautomutileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen automutileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult automutileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geautomutileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van mutileren met het voorvoegsel auto-
Woordfamilie van automutileren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| automutileer | gebiedende wijs | automutileren |
| automutileerde | verleden tijd | automutileren |
| automutileerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | automutileren |
| automutileert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | automutileren |
| automutilere | aanvoegende wijs | automutileren |
| automutilerend | onvoltooid deelwoord | automutileren |
| automutilerende | woordvorm | automutileren |
| geautomutileerd | voltooid deelwoord | automutileren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van automutileren zijn vastgelegd.