attaqueren
werkwoordBetekenis
- een aanval openen op iets of iemand, ook figuurlijk
- het tempo verhogen bij het wielrennen
Vervoeging van attaqueren
attaquerenhele werkwoord — attaqueerdeverleden tijd enkelvoud — attaqueerdenverleden tijd meervoud — geattaqueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | attaqueer | attaqueerde |
| jij | attaqueert | attaqueerde |
| hij, zij, het | attaqueert | attaqueerde |
| wij | attaqueren | attaqueerden |
| jullie | attaqueren | attaqueerden |
| zij | attaqueren | attaqueerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| attaqueer | gebiedende wijs |
| attaqueerde | verleden tijd |
| attaquere | aanvoegende wijs |
| attaquerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geattaqueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geattaqueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geattaqueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geattaqueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geattaqueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geattaqueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geattaqueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geattaqueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geattaqueerd | verleden tijd, deelwoord |
| geattaqueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geattaqueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geattaqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geattaqueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geattaqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te attaqueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geattaqueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen attaqueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geattaqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen attaqueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult attaqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geattaqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanvallen’ voor het eerst aangetroffen in 1626
Woordfamilie van attaqueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| attaqueer | gebiedende wijs | attaqueren |
| attaqueerde | verleden tijd | attaqueren |
| attaqueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | attaqueren |
| attaqueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | attaqueren |
| attaquere | aanvoegende wijs | attaqueren |
| attaquerend | onvoltooid deelwoord | attaqueren |
| attaquerende | woordvorm | attaqueren |
| geattaqueerd | voltooid deelwoord | attaqueren |
| geattaqueerde | woordvorm | attaqueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van attaqueren zijn vastgelegd.