Naar de inhoud

aspireren

iets willen worden of iets willen hebben.

aspireren

werkwoord

Betekenis

  1. iets willen worden of iets willen hebben.
  2. met (extra) hoorbare adem uitspreken.
  3. opzuigen (- aspirateur)

werkwoord

  1. opzuigen (-> aspirateur)

Vervoeging van aspireren

aspirerenhele werkwoord — aspireerdeverleden tijd enkelvoud — aspireerdenverleden tijd meervoud — geaspireerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik aspireer aspireerde
jij aspireert aspireerde
hij, zij, het aspireert aspireerde
wij aspireren aspireerden
jullie aspireren aspireerden
zij aspireren aspireerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aspireer gebiedende wijs
aspireerde verleden tijd
aspirere aanvoegende wijs
aspirerend onvoltooid, deelwoord
ben geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geaspireerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geaspireerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geaspireerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geaspireerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geaspireerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geaspireerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geaspireerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geaspireerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geaspireerd verleden tijd, deelwoord
geaspireerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaspireerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaspireerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaspireerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaspireerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaspireerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaspireerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaspireerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaspireerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaspireerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geaspireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geaspireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geaspireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geaspireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geaspireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geaspireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geaspireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaspireerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te aspireren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geaspireerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aspireren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geaspireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaspireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geaspireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaspireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geaspireerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geaspireerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geaspireerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geaspireerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geaspireerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaspireerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geaspireerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aspireren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geaspireerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaspireerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aspireren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaspireerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaspireerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaspireerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aspireren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geaspireerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaspireerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaspireerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met h uitspreken’ voor het eerst aangetroffen in 1553

Woordfamilie van aspireren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aspireer gebiedende wijs aspireren
aspireerde verleden tijd aspireren
aspireerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aspireren
aspireert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aspireren
aspirere aanvoegende wijs aspireren
aspirerend onvoltooid deelwoord aspireren
aspirerende woordvorm aspireren
geaspireerd voltooid deelwoord aspireren
geaspireerde woordvorm aspireren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aspireren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aspireren

Wat betekent aspireren?
Aspireren is een werkwoord. Het woord betekent: iets willen worden of iets willen hebben. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aspireren?
Je vervoegt aspireren als volgt: de tegenwoordige tijd is aspireer, de verleden tijd is aspireerde en het voltooid deelwoord is geaspireerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aspireren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. S 2
  3. P 3
  4. I 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aspireren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. S 2
  3. P 4
  4. I 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aspireren in het kort

aspireren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aspireren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aspireren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aspireren: iets willen worden of iets willen hebben.
Deel aspireren — standaardnederlands.nl