aspireren
werkwoordBetekenis
- iets willen worden of iets willen hebben.
- met (extra) hoorbare adem uitspreken.
- opzuigen (- aspirateur)
werkwoord
- opzuigen (-> aspirateur)
Vervoeging van aspireren
aspirerenhele werkwoord — aspireerdeverleden tijd enkelvoud — aspireerdenverleden tijd meervoud — geaspireerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | aspireer | aspireerde |
| jij | aspireert | aspireerde |
| hij, zij, het | aspireert | aspireerde |
| wij | aspireren | aspireerden |
| jullie | aspireren | aspireerden |
| zij | aspireren | aspireerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aspireer | gebiedende wijs |
| aspireerde | verleden tijd |
| aspirere | aanvoegende wijs |
| aspirerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geaspireerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geaspireerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geaspireerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geaspireerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geaspireerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geaspireerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geaspireerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geaspireerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geaspireerd | verleden tijd, deelwoord |
| geaspireerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geaspireerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geaspireerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaspireerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaspireerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaspireerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geaspireerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geaspireerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geaspireerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geaspireerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geaspireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geaspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geaspireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geaspireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geaspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geaspireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geaspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaspireerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te aspireren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geaspireerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aspireren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geaspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geaspireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geaspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geaspireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geaspireerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geaspireerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geaspireerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geaspireerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geaspireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaspireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geaspireerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geaspireerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geaspireerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aspireren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geaspireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaspireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaspireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult aspireren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geaspireerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geaspireerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geaspireerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met h uitspreken’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van aspireren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aspireer | gebiedende wijs | aspireren |
| aspireerde | verleden tijd | aspireren |
| aspireerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aspireren |
| aspireert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aspireren |
| aspirere | aanvoegende wijs | aspireren |
| aspirerend | onvoltooid deelwoord | aspireren |
| aspirerende | woordvorm | aspireren |
| geaspireerd | voltooid deelwoord | aspireren |
| geaspireerde | woordvorm | aspireren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aspireren zijn vastgelegd.