arend
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈarəntBetekenis
- naam voor een aantal geslachten van grote roofvogels
- een sterrenbeeld op met Altair als helderste ster
- adelaar
- adelaar, Aadler
Hoe spreek je arend uit?
/ˈarənt/
Arend bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- dagactieve, middelgrote tot grote roofvogel met brede vleugels, stevige snavel en scherpe klauwen. Arenden werden en worden veel gebruikt als symbool door landen en organisaties, omdat ze macht, schoonheid en onafhankelijkheid zouden uitstralen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| arenden | meervoud |
| arendje | verkleinwoord, enkelvoud |
| arendjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van aren
Vervoeging van arend
arendhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘roofvogel’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van arend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| arenden | meervoud | arend |
| arendje | verkleinwoord | arend |
| arendjes | verkleinwoord meervoud | arend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arend zijn vastgelegd.