Naar de inhoud

arbitreren

door arbitrage afdoen

arbitreren

werkwoord

Betekenis

  1. door arbitrage afdoen
  2. als scheidsrechter leiden

Vervoeging van arbitreren

arbitrerenhele werkwoord — arbitreerdeverleden tijd enkelvoud — arbitreerdenverleden tijd meervoud — gearbitreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik arbitreer arbitreerde
jij arbitreert arbitreerde
hij, zij, het arbitreert arbitreerde
wij arbitreren arbitreerden
jullie arbitreren arbitreerden
zij arbitreren arbitreerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
arbitreer gebiedende wijs
arbitreerde verleden tijd
arbitrere aanvoegende wijs
arbitrerend onvoltooid, deelwoord
er is gearbitreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gearbitreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gearbitreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gearbitreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gearbitreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gearbitreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gearbitreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gearbitreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gearbitreerd verleden tijd, deelwoord
gearbitreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gearbitreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gearbitreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gearbitreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gearbitreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gearbitreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gearbitreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gearbitreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gearbitreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gearbitreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gearbitreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te arbitreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gearbitreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen arbitreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gearbitreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen arbitreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult arbitreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gearbitreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse arbitrer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van arbitreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
arbitreer gebiedende wijs arbitreren
arbitreerde verleden tijd arbitreren
arbitreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon arbitreren
arbitreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon arbitreren
arbitrere aanvoegende wijs arbitreren
arbitrerend onvoltooid deelwoord arbitreren
arbitrerende woordvorm arbitreren
gearbitreerd voltooid deelwoord arbitreren
gearbitreerde woordvorm arbitreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arbitreren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over arbitreren

Wat is de betekenis van arbitreren?
Arbitreren is een werkwoord. De betekenis is: door arbitrage afdoen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik arbitreren?
Zo vervoeg je arbitreren zo: de tegenwoordige tijd is arbitreer, de verleden tijd is arbitreerde en het voltooid deelwoord is gearbitreerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord arbitreren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. R 2
  3. B 3
  4. I 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

arbitreren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. R 2
  3. B 4
  4. I 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

arbitreren in het kort

arbitreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van arbitreren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort arbitreren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

arbitreren: door arbitrage afdoen
Deel arbitreren — standaardnederlands.nl