appel
zelfstandig naamwoord /ˈɑpəɫ/Betekenis
- ronde eetbaar|eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rood|rode, groene of geel|gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom.
- boom die deze vruchten draagt, appelboom.
- tijdstip waarop alle leden van een groep bijeengeroepen worden om hun aanwezigheid te bewijzen.
- het doen van een beroep op iemands gevoel van eer of rechtvaarigheid.
- de reactie of gehoorzaamheid van de vogel.
- ronde eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rode, groene of gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom
- (vrucht).
Hoe spreek je appel uit?
/ˈɑpəl/
Appel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Malus ronde eetbare vrucht met wit vruchtvlees en een rode, groene of gele al dan niet gebloste of gestreepte schil; vrucht van de appelboom (in het bijzonder van de soort Malus domestica).
- Malus boom die deze vruchten draagt, appelboom.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| appelen | enkelvoud |
| appels | enkelvoud |
| appeltje | verkleinwoord |
| appeltjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- het doen van een beroep op iemands gevoel van eer of rechtvaardigheid
- hoger beroep
- : de reactie of gehoorzaamheid van de vogel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Tot 2006 was de spelling van appel met eindklemtoon appèl. Sindsdien wordt het woord zonder accentteken geschreven. Echt... | |
| appelletje | verkleinwoord |
| appelletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| appels | enkelvoud |
Herkomst
áppel: erfwoord, in de betekenis van ‘vrucht’ aangetroffen vanaf 1146
Woordfamilie van appel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| appelen | enkelvoud | appel |
| appelletje | verkleinwoord | appel |
| appelletjes | verkleinwoord | appel |
| appels | enkelvoud | appel |
| appeltje | verkleinwoord | appel |
| appeltjes | verkleinwoord | appel |
| appèl | neuter | appel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van appel zijn vastgelegd.