appelvink
zelfstandig naamwoord ˈɑpəlvɪŋkBetekenis
- een zangvogel die is te herkennen aan zijn typische roep, zijn forse bouw, de witte vleugelvelden en de witte eindband op zijn staart
Hoe spreek je appelvink uit?
/ˈɑpəlvɪŋk/
Appelvink bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Coccothraustes coccothraustes een zangvogel die is te herkennen aan zijn typische roep, zijn forse bouw, de witte vleugelvelden en de witte eindband op zijn staart
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| appelvinken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van appel zn en vink zn
Woordfamilie van appelvink
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| appelvinken | meervoud | appelvink |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van appelvink zijn vastgelegd.