Naar de inhoud

apaiseren

stillen, kalmeren, doen bedaren

apaiseren

werkwoord

Betekenis

  1. stillen, kalmeren, doen bedaren

Vervoeging van apaiseren

apaiserenhele werkwoord — apaiseerdeverleden tijd enkelvoud — apaiseerdenverleden tijd meervoud — geapaiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik apaiseer apaiseerde
jij apaiseert apaiseerde
hij, zij, het apaiseert apaiseerde
wij apaiseren apaiseerden
jullie apaiseren apaiseerden
zij apaiseren apaiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
apaiseer gebiedende wijs
apaiseerde verleden tijd
apaisere aanvoegende wijs
apaiserend onvoltooid, deelwoord
ben geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geapaiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geapaiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geapaiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geapaiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geapaiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geapaiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geapaiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geapaiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geapaiseerd verleden tijd, deelwoord
geapaiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geapaiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geapaiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geapaiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geapaiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geapaiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geapaiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geapaiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geapaiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geapaiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geapaiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geapaiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geapaiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geapaiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geapaiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geapaiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geapaiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geapaiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te apaiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geapaiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen apaiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geapaiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geapaiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geapaiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geapaiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geapaiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geapaiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geapaiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geapaiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geapaiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geapaiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geapaiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geapaiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geapaiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen apaiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geapaiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geapaiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geapaiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult apaiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geapaiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geapaiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geapaiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse apaiser (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van apaiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
apaiseer gebiedende wijs apaiseren
apaiseerde verleden tijd apaiseren
apaiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon apaiseren
apaiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon apaiseren
apaisere aanvoegende wijs apaiseren
apaiserend onvoltooid deelwoord apaiseren
apaiserende woordvorm apaiseren
geapaiseerd voltooid deelwoord apaiseren
geapaiseerde woordvorm apaiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apaiseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over apaiseren

Wat betekent apaiseren?
Apaiseren is een werkwoord. Het woord betekent: stillen, kalmeren, doen bedaren.
Hoe vervoeg je apaiseren?
Je vervoegt apaiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is apaiseer, de verleden tijd is apaiseerde en het voltooid deelwoord is geapaiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord apaiseren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. P 3
  3. A 1
  4. I 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

apaiseren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. P 4
  3. A 1
  4. I 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

apaiseren in het kort

apaiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van apaiseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort apaiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

apaiseren: stillen, kalmeren, doen bedaren
Deel apaiseren — standaardnederlands.nl