amerikaniseren
werkwoordBetekenis
- zich aanpassen aan de Amerikaanse cultuur
- aan de Amerikaanse cultuur aanpassen
Vervoeging van amerikaniseren
amerikaniserenhele werkwoord — amerikaniseerdeverleden tijd enkelvoud — amerikaniseerdenverleden tijd meervoud — geamerikaniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | amerikaniseer | amerikaniseerde |
| jij | amerikaniseert | amerikaniseerde |
| hij, zij, het | amerikaniseert | amerikaniseerde |
| wij | amerikaniseren | amerikaniseerden |
| jullie | amerikaniseren | amerikaniseerden |
| zij | amerikaniseren | amerikaniseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| amerikaniseer | gebiedende wijs |
| amerikaniseerde | verleden tijd |
| amerikanisere | aanvoegende wijs |
| amerikaniserend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geamerikaniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geamerikaniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geamerikaniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geamerikaniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geamerikaniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geamerikaniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geamerikaniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geamerikaniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geamerikaniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geamerikaniseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geamerikaniseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geamerikaniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geamerikaniseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geamerikaniseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geamerikaniseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geamerikaniseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geamerikaniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geamerikaniseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geamerikaniseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geamerikaniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te amerikaniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geamerikaniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen amerikaniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geamerikaniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geamerikaniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geamerikaniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geamerikaniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geamerikaniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geamerikaniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geamerikaniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen amerikaniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geamerikaniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geamerikaniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geamerikaniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult amerikaniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geamerikaniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geamerikaniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geamerikaniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse américaniser (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van amerikaniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amerikaniseer | gebiedende wijs | amerikaniseren |
| amerikaniseerde | verleden tijd | amerikaniseren |
| amerikaniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | amerikaniseren |
| amerikaniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | amerikaniseren |
| amerikanisere | aanvoegende wijs | amerikaniseren |
| amerikaniserend | onvoltooid deelwoord | amerikaniseren |
| amerikaniserende | woordvorm | amerikaniseren |
| geamerikaniseerd | voltooid deelwoord | amerikaniseren |
| geamerikaniseerde | woordvorm | amerikaniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amerikaniseren zijn vastgelegd.