Naar de inhoud

amerikaniseren

zich aanpassen aan de Amerikaanse cultuur

amerikaniseren

werkwoord

Betekenis

  1. zich aanpassen aan de Amerikaanse cultuur
  2. aan de Amerikaanse cultuur aanpassen

Vervoeging van amerikaniseren

amerikaniserenhele werkwoord — amerikaniseerdeverleden tijd enkelvoud — amerikaniseerdenverleden tijd meervoud — geamerikaniseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik amerikaniseer amerikaniseerde
jij amerikaniseert amerikaniseerde
hij, zij, het amerikaniseert amerikaniseerde
wij amerikaniseren amerikaniseerden
jullie amerikaniseren amerikaniseerden
zij amerikaniseren amerikaniseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
amerikaniseer gebiedende wijs
amerikaniseerde verleden tijd
amerikanisere aanvoegende wijs
amerikaniserend onvoltooid, deelwoord
ben geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geamerikaniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geamerikaniseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geamerikaniseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geamerikaniseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geamerikaniseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geamerikaniseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geamerikaniseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geamerikaniseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geamerikaniseerd verleden tijd, deelwoord
geamerikaniseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geamerikaniseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geamerikaniseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geamerikaniseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geamerikaniseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geamerikaniseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geamerikaniseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geamerikaniseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geamerikaniseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geamerikaniseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geamerikaniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te amerikaniseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geamerikaniseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen amerikaniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geamerikaniseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geamerikaniseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geamerikaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geamerikaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geamerikaniseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geamerikaniseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geamerikaniseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen amerikaniseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geamerikaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geamerikaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geamerikaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult amerikaniseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geamerikaniseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geamerikaniseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geamerikaniseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse américaniser (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van amerikaniseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
amerikaniseer gebiedende wijs amerikaniseren
amerikaniseerde verleden tijd amerikaniseren
amerikaniseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon amerikaniseren
amerikaniseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon amerikaniseren
amerikanisere aanvoegende wijs amerikaniseren
amerikaniserend onvoltooid deelwoord amerikaniseren
amerikaniserende woordvorm amerikaniseren
geamerikaniseerd voltooid deelwoord amerikaniseren
geamerikaniseerde woordvorm amerikaniseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amerikaniseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over amerikaniseren

Wat betekent amerikaniseren?
Amerikaniseren is een werkwoord. Het woord betekent: zich aanpassen aan de Amerikaanse cultuur. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je amerikaniseren?
Je vervoegt amerikaniseren als volgt: de tegenwoordige tijd is amerikaniseer, de verleden tijd is amerikaniseerde en het voltooid deelwoord is geamerikaniseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord amerikaniseren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. M 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. I 1
  6. K 3
  7. A 1
  8. N 1
  9. I 1
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

amerikaniseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. M 3
  3. E 1
  4. R 2
  5. I 2
  6. K 3
  7. A 1
  8. N 1
  9. I 2
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 23 zonder bonus
  16. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

amerikaniseren in het kort

amerikaniseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van amerikaniseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort amerikaniseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

amerikaniseren: zich aanpassen aan de Amerikaanse cultuur
Deel amerikaniseren — standaardnederlands.nl