Naar de inhoud

ambiëren

naar iets streven

ambiëren

werkwoord

Betekenis

  1. naar iets streven

Vervoeging van ambiëren

ambiërenhele werkwoord — ambieerdeverleden tijd enkelvoud — ambieerdenverleden tijd meervoud — geambieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ambieer ambieerde
jij ambieert ambieerde
hij, zij, het ambieert ambieerde
wij ambiëren ambieerden
jullie ambiëren ambieerden
zij ambiëren ambieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ambieer gebiedende wijs
ambieerde verleden tijd
ambiëre aanvoegende wijs
ambiërend onvoltooid, deelwoord
ben geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geambieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geambieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geambieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geambieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geambieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geambieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geambieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geambieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geambieerd verleden tijd, deelwoord
geambieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geambieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geambieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geambieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geambieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geambieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geambieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geambieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geambieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geambieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geambieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geambieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geambieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geambieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geambieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geambieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geambieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geambieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te ambiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geambieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ambiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geambieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geambieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geambieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geambieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geambieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geambieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geambieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geambieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geambieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geambieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geambieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geambieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geambieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geambieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geambieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geambieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geambieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geambieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geambieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ambiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geambieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geambieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geambieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ambiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geambieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geambieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geambieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dingen naar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1619

Woordfamilie van ambiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ambieer gebiedende wijs ambiëren
ambieerde verleden tijd ambiëren
ambieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ambiëren
ambieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ambiëren
ambiëre aanvoegende wijs ambiëren
ambiërend onvoltooid deelwoord ambiëren
ambiërende woordvorm ambiëren
geambieerd voltooid deelwoord ambiëren
geambieerde woordvorm ambiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ambiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ambiëren

Wat is de betekenis van ambiëren?
Ambiëren is een werkwoord. De betekenis is: naar iets streven.
Hoe vervoeg ik ambiëren?
Zo vervoeg je ambiëren zo: de tegenwoordige tijd is ambieer, de verleden tijd is ambieerde en het voltooid deelwoord is geambieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ambiëren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. M 3
  3. B 3
  4. I 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ambiëren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. M 3
  3. B 4
  4. I 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ambiëren in het kort

ambiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ambiëren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ambiëren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ambiëren: naar iets streven
Deel ambiëren — standaardnederlands.nl