alpineskiën
werkwoordBetekenis
- sport waarbij men op ski's een heuvel of berg afdaalt
Vervoeging van alpineskiën
alpineskiënhele werkwoord — alpineskiedeverleden tijd enkelvoud — alpineskiedenverleden tijd meervoud — gealpineskiedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | alpineski | alpineskiede |
| jij | alpineskiet | alpineskiede |
| hij, zij, het | alpineskiet | alpineskiede |
| wij | alpineskiën | alpineskieden |
| jullie | alpineskiën | alpineskieden |
| zij | alpineskiën | alpineskieden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alpineski | gebiedende wijs |
| alpineskiede | verleden tijd |
| alpineskië | aanvoegende wijs |
| alpineskiënd | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gealpineskied | verleden tijd, deelwoord |
| gealpineskied te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealpineskied zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gealpineskied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gealpineskied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gealpineskied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gealpineskied | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gealpineskied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gealpineskied | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gealpineskied | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealpineskied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealpineskied | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te alpineskiën | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gealpineskied | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen alpineskiën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gealpineskied hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen alpineskiën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult alpineskiën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gealpineskied hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van alpine en skiën ww
Woordfamilie van alpineskiën
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alpineski | gebiedende wijs | alpineskiën |
| alpineskiede | verleden tijd | alpineskiën |
| alpineskieden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | alpineskiën |
| alpineskiet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | alpineskiën |
| alpineskiënd | onvoltooid deelwoord | alpineskiën |
| alpineskiënde | woordvorm | alpineskiën |
| gealpineskied | voltooid deelwoord | alpineskiën |
| gealpineskiede | woordvorm | alpineskiën |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alpineskiën zijn vastgelegd.