alkaliseren
werkwoordBetekenis
- een oplossing meer basisch en dus minder zuur maken
Vervoeging van alkaliseren
alkaliserenhele werkwoord — alkaliseerdeverleden tijd enkelvoud — alkaliseerdenverleden tijd meervoud — gealkaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | alkaliseer | alkaliseerde |
| jij | alkaliseert | alkaliseerde |
| hij, zij, het | alkaliseert | alkaliseerde |
| wij | alkaliseren | alkaliseerden |
| jullie | alkaliseren | alkaliseerden |
| zij | alkaliseren | alkaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| alkaliseer | gebiedende wijs |
| alkaliseerde | verleden tijd |
| alkalisere | aanvoegende wijs |
| alkaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| ben gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gealkaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gealkaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gealkaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gealkaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gealkaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gealkaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gealkaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gealkaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gealkaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gealkaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gealkaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gealkaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealkaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealkaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealkaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gealkaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gealkaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gealkaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gealkaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealkaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te alkaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gealkaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen alkaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gealkaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gealkaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gealkaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealkaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gealkaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gealkaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gealkaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen alkaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gealkaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gealkaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gealkaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult alkaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gealkaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gealkaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gealkaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van alkali met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van alkaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alkaliseer | gebiedende wijs | alkaliseren |
| alkaliseerde | verleden tijd | alkaliseren |
| alkaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | alkaliseren |
| alkaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | alkaliseren |
| alkalisere | aanvoegende wijs | alkaliseren |
| alkaliserend | onvoltooid deelwoord | alkaliseren |
| alkaliserende | woordvorm | alkaliseren |
| gealkaliseerd | voltooid deelwoord | alkaliseren |
| gealkaliseerde | woordvorm | alkaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alkaliseren zijn vastgelegd.