alcoholiseren
werkwoordBetekenis
- met alcohol vermengen of behandelen
Vervoeging van alcoholiseren
alcoholiserenhele werkwoord — alcoholiseerdeverleden tijd enkelvoud — alcoholiseerdenverleden tijd meervoud — gealcoholiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | alcoholiseer | alcoholiseerde |
| jij | alcoholiseert | alcoholiseerde |
| hij, zij, het | alcoholiseert | alcoholiseerde |
| wij | alcoholiseren | alcoholiseerden |
| jullie | alcoholiseren | alcoholiseerden |
| zij | alcoholiseren | alcoholiseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alcoholiseer | gebiedende wijs |
| alcoholiseerde | verleden tijd |
| alcoholisere | aanvoegende wijs |
| alcoholiserend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gealcoholiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gealcoholiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealcoholiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gealcoholiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealcoholiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealcoholiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te alcoholiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gealcoholiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen alcoholiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gealcoholiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen alcoholiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult alcoholiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gealcoholiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Van het Franse alcoholiser, van het Latijnse 'alcoholisare' met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van alcoholiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alcoholiseer | gebiedende wijs | alcoholiseren |
| alcoholiseerde | verleden tijd | alcoholiseren |
| alcoholiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | alcoholiseren |
| alcoholiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | alcoholiseren |
| alcoholisere | aanvoegende wijs | alcoholiseren |
| alcoholiserend | onvoltooid deelwoord | alcoholiseren |
| alcoholiserende | woordvorm | alcoholiseren |
| gealcoholiseerd | voltooid deelwoord | alcoholiseren |
| gealcoholiseerde | woordvorm | alcoholiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alcoholiseren zijn vastgelegd.