agiteren
werkwoordBetekenis
- ~voor onrust stoken
- in een staat van zenuwachtige opwinding brengen
- strijden tegen; verzetten tegen
- Strict overdrachtelijke constructies zijn zeldzaam. Vaker wordt gekozen voor een constructie met het vorltooid deelwoord en raken
Vervoeging van agiteren
agiterenhele werkwoord — agiteerdeverleden tijd enkelvoud — agiteerdenverleden tijd meervoud — geagiteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | agiteer | agiteerde |
| jij | agiteert | agiteerde |
| hij, zij, het | agiteert | agiteerde |
| wij | agiteren | agiteerden |
| jullie | agiteren | agiteerden |
| zij | agiteren | agiteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| agiteer | gebiedende wijs |
| agiteerde | verleden tijd |
| agitere | aanvoegende wijs |
| agiterend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geagiteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geagiteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geagiteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geagiteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geagiteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geagiteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geagiteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geagiteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geagiteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geagiteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geagiteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geagiteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geagiteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geagiteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geagiteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geagiteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geagiteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geagiteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geagiteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geagiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geagiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geagiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geagiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geagiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geagiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geagiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geagiteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te agiteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geagiteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen agiteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geagiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geagiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geagiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geagiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geagiteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geagiteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geagiteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geagiteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geagiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geagiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geagiteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geagiteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geagiteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen agiteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geagiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geagiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geagiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult agiteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geagiteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geagiteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geagiteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verontrusten’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van agiteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| agiteer | gebiedende wijs | agiteren |
| agiteerde | verleden tijd | agiteren |
| agiteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | agiteren |
| agiteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | agiteren |
| agitere | aanvoegende wijs | agiteren |
| agiterend | onvoltooid deelwoord | agiteren |
| agiterende | woordvorm | agiteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agiteren zijn vastgelegd.