agglutineren
werkwoordBetekenis
- aan elkaar kleven, samenkleven
Vervoeging van agglutineren
agglutinerenhele werkwoord — agglutineerdeverleden tijd enkelvoud — agglutineerdenverleden tijd meervoud — geagglutineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | agglutineer | agglutineerde |
| jij | agglutineert | agglutineerde |
| hij, zij, het | agglutineert | agglutineerde |
| wij | agglutineren | agglutineerden |
| jullie | agglutineren | agglutineerden |
| zij | agglutineren | agglutineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| agglutineer | gebiedende wijs |
| agglutineerde | verleden tijd |
| agglutinere | aanvoegende wijs |
| agglutinerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geagglutineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geagglutineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geagglutineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geagglutineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geagglutineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geagglutineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geagglutineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geagglutineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geagglutineerd | verleden tijd, deelwoord |
| geagglutineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geagglutineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geagglutineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geagglutineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geagglutineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geagglutineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geagglutineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geagglutineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geagglutineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geagglutineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geagglutineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te agglutineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geagglutineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen agglutineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geagglutineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geagglutineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geagglutineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geagglutineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geagglutineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geagglutineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geagglutineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen agglutineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geagglutineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geagglutineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geagglutineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult agglutineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geagglutineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geagglutineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geagglutineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘samenkleven’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van agglutineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| agglutineer | gebiedende wijs | agglutineren |
| agglutineerde | verleden tijd | agglutineren |
| agglutineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | agglutineren |
| agglutineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | agglutineren |
| agglutinere | aanvoegende wijs | agglutineren |
| agglutinerend | onvoltooid deelwoord | agglutineren |
| agglutinerende | woordvorm | agglutineren |
| geagglutineerd | voltooid deelwoord | agglutineren |
| geagglutineerde | woordvorm | agglutineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agglutineren zijn vastgelegd.