Naar de inhoud

afwinden

een opgewonden draad van een klos afwikkelen

afwinden

werkwoord

Betekenis

  1. een opgewonden draad van een klos afwikkelen
  2. met winden een schip weer vlot zien te krijgen
  3. tweede betekenisomschrijving.
  4. enz.

Vervoeging van afwinden

afwindenhele werkwoord — wond afverleden tijd enkelvoud — wonden afverleden tijd meervoud — afgewondenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wind af wond af
jij windt af wond af
hij, zij, het windt af wond af
wij winden af wonden af
jullie winden af wonden af
zij winden af wonden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te winden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen winden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal winden bijzin, toekomende tijd
af zou winden bijzin, voorwaardelijk
af zouden winden bijzin, voorwaardelijk
af zoudt winden bijzin, voorwaardelijk
af zullen winden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen winden bijzin, toekomende tijd
af zult winden bijzin, toekomende tijd
afgewonden verleden tijd, deelwoord
afgewonden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgewonden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgewonden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgewonden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgewonden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgewonden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgewonden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgewonden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgewonden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgewonden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afwind bijzin, tegenwoordige tijd
afwindend onvoltooid, deelwoord
afwindt bijzin, tegenwoordige tijd
afwond bijzin, verleden tijd
afwonden bijzin, verleden tijd
ben afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgewonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgewonden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgewonden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgewonden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgewonden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgewonden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgewonden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgewonden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgewonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgewonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgewonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgewonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgewonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgewonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgewonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgewonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgewonden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afwinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgewonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgewonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgewonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgewonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgewonden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgewonden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgewonden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgewonden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wind af gebiedende wijs
wond af verleden tijd
word afgewonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgewonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgewonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgewonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgewonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgewonden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgewonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgewonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afwinden bijzin, toekomende tijd
zijn afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgewonden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afwinden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afwinden af zou(dt) winden bijzin, voorwaardelijk
zouden afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afwinden bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgewonden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgewonden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afwinden bijzin, voorwaardelijk
zullen afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgewonden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgewonden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgewonden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgewonden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afwinden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afwinden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afwinden bijzin, toekomende tijd
zult afgewonden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en winden ww

Woordfamilie van afwinden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgewonden voltooid deelwoord afwinden
afwind subordinate-clause, tegenwoordige tijd afwinden
afwinde with-subordinate-clause afwinden
afwindend onvoltooid deelwoord afwinden
afwindende woordvorm afwinden
afwindt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afwinden
afwond subordinate-clause, verleden tijd afwinden
afwonden subordinate-clause, verleden tijd afwinden
wind af gebiedende wijs afwinden
winde af woordvorm afwinden
winden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afwinden
windt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afwinden
wond af verleden tijd afwinden
wonden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afwinden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afwinden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afwinden

Wat betekent afwinden?
Afwinden is een werkwoord. Het woord betekent: een opgewonden draad van een klos afwikkelen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afwinden?
Je vervoegt afwinden als volgt: het voltooid deelwoord is afgewonden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afwinden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. W 5
  4. I 1
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afwinden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. W 5
  4. I 2
  5. N 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afwinden in het kort

afwinden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afwinden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afwinden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afwinden: een opgewonden draad van een klos afwikkelen
Deel afwinden — standaardnederlands.nl