trouwbreuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de belofte van huwelijkstrouw niet nakomen door een seksuele relatie aan te knopen met iemand anders
- niet nakomen van een belofte in het algemeen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trouwbreuken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trouw zn en breuk zn
Woordfamilie van trouwbreuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trouwbreuken | meervoud | trouwbreuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trouwbreuk zijn vastgelegd.