aftrap
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɑftrɑpBetekenis
- de eerste trap vanuit de middencirkel bij het begin van speeltijd van een voetbalwedstrijd
- het begin of de start van iets
Hoe spreek je aftrap uit?
/ˈɑftrɑp/
Aftrap bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| t | tak |
| r | rood |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aftrapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aftrapjes | verkleinwoord, meervoud |
| aftrappen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aftrappen
Vervoeging van aftrap
aftraphele werkwoord
Woordfamilie van aftrap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aftrapje | verkleinwoord | aftrap |
| aftrapjes | verkleinwoord meervoud | aftrap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aftrap zijn vastgelegd.