Naar de inhoud

afstruinen

een geheel gebied of stadsdeel lopend verkennen

afstruinen

werkwoord

Betekenis

  1. een geheel gebied of stadsdeel lopend verkennen
  2. uitputtend onderzoeken; zeer grondig onderzoeken

Vervoeging van afstruinen

afstruinenhele werkwoord — struinde afverleden tijd enkelvoud — struinden afverleden tijd meervoud — afgestruindvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik struin af struinde af
jij struint af struinde af
hij, zij, het struint af struinde af
wij struinen af struinden af
jullie struinen af struinden af
zij struinen af struinden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te struinen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen struinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal struinen bijzin, toekomende tijd
af zou struinen bijzin, voorwaardelijk
af zouden struinen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt struinen bijzin, voorwaardelijk
af zullen struinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen struinen bijzin, toekomende tijd
af zult struinen bijzin, toekomende tijd
afgestruind verleden tijd, deelwoord
afgestruind te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestruind te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestruind te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestruind te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestruind te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestruind worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestruind zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestruind zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestruind zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestruind zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afstruin bijzin, tegenwoordige tijd
afstruinde bijzin, verleden tijd
afstruinden bijzin, verleden tijd
afstruinend onvoltooid, deelwoord
afstruint bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgestruind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgestruind impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgestruind impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgestruind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgestruind worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgestruind zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgestruind worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgestruind zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgestruind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgestruind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgestruind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgestruind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgestruind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgestruind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgestruind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestruind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
struin af gebiedende wijs
struinde af verleden tijd
te hebben afgestruind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afstruinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgestruind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestruind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgestruind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestruind voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgestruind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgestruind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgestruind voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgestruind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgestruind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgestruind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgestruind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgestruind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgestruind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgestruind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgestruind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestruind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afstruinen bijzin, toekomende tijd
zijn afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgestruind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afstruinen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afstruinen af zou(dt) struinen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afstruinen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgestruind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestruind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afstruinen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgestruind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestruind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestruind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestruind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afstruinen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afstruinen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afstruinen bijzin, toekomende tijd
zult afgestruind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en struinen ww

Woordfamilie van afstruinen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgestruind voltooid deelwoord afstruinen
afgestruinde woordvorm afstruinen
afstruin subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstruinen
afstruinde subordinate-clause, verleden tijd afstruinen
afstruinden subordinate-clause, verleden tijd afstruinen
afstruine with-subordinate-clause afstruinen
afstruinend onvoltooid deelwoord afstruinen
afstruinende woordvorm afstruinen
afstruint subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstruinen
struin af gebiedende wijs afstruinen
struinde af verleden tijd afstruinen
struinden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afstruinen
struine af woordvorm afstruinen
struinen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afstruinen
struint af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afstruinen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstruinen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afstruinen

Wat is de betekenis van afstruinen?
Afstruinen is een werkwoord. De betekenis is: een geheel gebied of stadsdeel lopend verkennen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afstruinen?
Zo vervoeg je afstruinen zo: het voltooid deelwoord is afgestruind. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afstruinen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. U 4
  7. I 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afstruinen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. U 2
  7. I 2
  8. N 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afstruinen in het kort

afstruinen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afstruinen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afstruinen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afstruinen: een geheel gebied of stadsdeel lopend verkennen
Deel afstruinen — standaardnederlands.nl