Naar de inhoud

afstrijden

tegenspreken

afstrijden

werkwoord

Betekenis

  1. tegenspreken

Vervoeging van afstrijden

afstrijdenhele werkwoord — streed afverleden tijd enkelvoud — streden afverleden tijd meervoud — afgestredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik strijd af streed af
jij strijdt af streed af
hij, zij, het strijdt af streed af
wij strijden af streden af
jullie strijden af streden af
zij strijden af streden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te strijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen strijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal strijden bijzin, toekomende tijd
af zou strijden bijzin, voorwaardelijk
af zouden strijden bijzin, voorwaardelijk
af zoudt strijden bijzin, voorwaardelijk
af zullen strijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen strijden bijzin, toekomende tijd
af zult strijden bijzin, toekomende tijd
afgestreden verleden tijd, deelwoord
afgestreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestreden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestreden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afstreden bijzin, verleden tijd
afstreed bijzin, verleden tijd
afstrijd bijzin, tegenwoordige tijd
afstrijdend onvoltooid, deelwoord
afstrijdt bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgestreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgestreden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgestreden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgestreden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgestreden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgestreden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgestreden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgestreden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgestreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgestreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgestreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgestreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgestreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgestreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgestreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
streed af verleden tijd
strijd af gebiedende wijs
te hebben afgestreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afstrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgestreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgestreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgestreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgestreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgestreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgestreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgestreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgestreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgestreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgestreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgestreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgestreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgestreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afstrijden bijzin, toekomende tijd
zijn afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgestreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afstrijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afstrijden af zou(dt) strijden bijzin, voorwaardelijk
zouden afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afstrijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgestreden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afstrijden bijzin, voorwaardelijk
zullen afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgestreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afstrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afstrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afstrijden bijzin, toekomende tijd
zult afgestreden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

van het Duitse abstreiten samenstelling van af en strijden

Woordfamilie van afstrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgestreden voltooid deelwoord afstrijden
afstreden subordinate-clause, verleden tijd afstrijden
afstreed subordinate-clause, verleden tijd afstrijden
afstrijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstrijden
afstrijde with-subordinate-clause afstrijden
afstrijdend onvoltooid deelwoord afstrijden
afstrijdende woordvorm afstrijden
afstrijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstrijden
streden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afstrijden
streed af verleden tijd afstrijden
strijd af gebiedende wijs afstrijden
strijde af woordvorm afstrijden
strijden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afstrijden
strijdt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afstrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstrijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afstrijden

Wat is de betekenis van afstrijden?
Afstrijden is een werkwoord. De betekenis is: tegenspreken.
Hoe vervoeg ik afstrijden?
Zo vervoeg je afstrijden zo: het voltooid deelwoord is afgestreden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afstrijden is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. I 1
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afstrijden levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. R 2
  6. I 2
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afstrijden in het kort

afstrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afstrijden staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afstrijden bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afstrijden: tegenspreken
Deel afstrijden — standaardnederlands.nl