Naar de inhoud

afstoffen

ontdoen van stof

afstoffen

werkwoord ˈɑfstɔfə(n)

Betekenis

  1. ontdoen van stof
  2. iets dat je lang niet gebruikt hebt gereedmaken om weer te gebruiken

Hoe spreek je afstoffen uit?

/ˈɑfstɔfən/

Afstoffen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfstɔfən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
s sok
t tak
ɔ bot
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afstoffen

afstoffenhele werkwoord — stofte afverleden tijd enkelvoud — stoften afverleden tijd meervoud — afgestoftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stof af stofte af
jij stoft af stofte af
hij, zij, het stoft af stofte af
wij stoffen af stoften af
jullie stoffen af stoften af
zij stoffen af stoften af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te stoffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen stoffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal stoffen bijzin, toekomende tijd
af zou stoffen bijzin, voorwaardelijk
af zouden stoffen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt stoffen bijzin, voorwaardelijk
af zullen stoffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen stoffen bijzin, toekomende tijd
af zult stoffen bijzin, toekomende tijd
afgestoft verleden tijd, deelwoord
afgestoft te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestoft te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestoft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestoft te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestoft te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestoft worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestoft zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestoft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestoft zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestoft zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afstof bijzin, tegenwoordige tijd
afstoffend onvoltooid, deelwoord
afstoft bijzin, tegenwoordige tijd
afstofte bijzin, verleden tijd
afstoften bijzin, verleden tijd
ben afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgestoft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgestoft impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgestoft impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgestoft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgestoft worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgestoft zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgestoft worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgestoft zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgestoft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgestoft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgestoft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgestoft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgestoft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgestoft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgestoft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestoft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stof af gebiedende wijs
stofte af verleden tijd
te hebben afgestoft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afstoffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgestoft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestoft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgestoft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestoft voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgestoft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgestoft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgestoft voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgestoft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgestoft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgestoft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgestoft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgestoft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgestoft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgestoft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgestoft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestoft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afstoffen bijzin, toekomende tijd
zijn afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgestoft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afstoffen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afstoffen af zou(dt) stoffen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afstoffen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgestoft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestoft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afstoffen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgestoft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestoft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestoft zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestoft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afstoffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afstoffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afstoffen bijzin, toekomende tijd
zult afgestoft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en stoffen ww

Woordfamilie van afstoffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgestoft voltooid deelwoord afstoffen
afgestofte woordvorm afstoffen
afstof subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstoffen
afstoffe with-subordinate-clause afstoffen
afstoffend onvoltooid deelwoord afstoffen
afstoffende woordvorm afstoffen
afstoft subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstoffen
afstofte subordinate-clause, verleden tijd afstoffen
afstoften subordinate-clause, verleden tijd afstoffen
stof af gebiedende wijs afstoffen
stoffe af woordvorm afstoffen
stoffen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afstoffen
stoft af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afstoffen
stofte af verleden tijd afstoffen
stoften af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afstoffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstoffen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afstoffen

Hoe spreek ik afstoffen uit?
Zo spreek je afstoffen uit: /ˈɑfstɔfə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van afstoffen?
Afstoffen is een werkwoord. De betekenis is: ontdoen van stof. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afstoffen?
Zo vervoeg je afstoffen zo: het voltooid deelwoord is afgestoft. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afstoffen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. F 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afstoffen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. O 1
  6. F 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afstoffen in het kort

afstoffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afstoffen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afstoffen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afstoffen: ontdoen van stof
Deel afstoffen — standaardnederlands.nl