afstand
zelfstandig naamwoord /ˈɑfstɑnt/Betekenis
- de ruimte die zich ergens tussen bevindt
- doen van iets: geen aanspraak meer doen op eigendomsrechten, schenken, doneren, cessie, geven, afstaan
Hoe spreek je afstand uit?
/ˈɑfstɑnt/
Afstand bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- de (meetbare) ruimte tussen twee niet samenvallende objecten
- ~ doen van iets: geen aanspraak meer doen op eigendomsrechten, schenken, doneren, cessie, geven, afstaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afstanden | meervoud |
| afstandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afstandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van af en stand
Woordfamilie van afstand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afstanden | meervoud | afstand |
| afstandje | verkleinwoord | afstand |
| afstandjes | verkleinwoord meervoud | afstand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstand zijn vastgelegd.