afspoelen
werkwoord ˈɑfspulə(n)Betekenis
- een opgewonden draad of band van een klos afwentelen
- iets oppervlakkig reinigen door het onder stromend water te houden
- ~ van door stromend water van zijn plek gehaald worden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je afspoelen uit?
/ˈɑfspulən/
Afspoelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| p | pak |
| u | boek |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van afspoelen
afspoelenhele werkwoord — spoelde afverleden tijd enkelvoud — spoelden afverleden tijd meervoud — afgespoeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | spoel af | spoelde af |
| jij | spoelt af | spoelde af |
| hij, zij, het | spoelt af | spoelde af |
| wij | spoelen af | spoelden af |
| jullie | spoelen af | spoelden af |
| zij | spoelen af | spoelden af |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| af te spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| af te zullen spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| af zal spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| af zou spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| af zouden spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| af zoudt spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| af zullen spoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| af zullen spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| af zult spoelen | bijzin, toekomende tijd |
| afgespoeld | verleden tijd, deelwoord |
| afgespoeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgespoeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgespoeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgespoeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgespoeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgespoeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgespoeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgespoeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgespoeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgespoeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afspoel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| afspoelde | bijzin, verleden tijd |
| afspoelden | bijzin, verleden tijd |
| afspoelend | onvoltooid, deelwoord |
| afspoelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is afgespoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was afgespoeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd afgespoeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt afgespoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal afgespoeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal afgespoeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou afgespoeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou afgespoeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had afgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had afgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had afgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden afgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden afgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden afgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt afgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgespoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| spoel af | gebiedende wijs |
| spoelde af | verleden tijd |
| te hebben afgespoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen afspoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart afgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren afgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was afgespoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was afgespoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was afgespoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt afgespoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal afgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal afspoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt afgespoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou afspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) afspoelen af zou(dt) spoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden afspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt afgespoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgespoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt afspoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afgespoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgespoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afspoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afspoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen afspoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult afgespoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van af bw en spoelen ww
Woordfamilie van afspoelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgespoeld | voltooid deelwoord | afspoelen |
| afgespoelde | woordvorm | afspoelen |
| afspoel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afspoelen |
| afspoelde | subordinate-clause, verleden tijd | afspoelen |
| afspoelden | subordinate-clause, verleden tijd | afspoelen |
| afspoele | with-subordinate-clause | afspoelen |
| afspoelend | onvoltooid deelwoord | afspoelen |
| afspoelende | woordvorm | afspoelen |
| afspoelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afspoelen |
| spoel af | gebiedende wijs | afspoelen |
| spoelde af | verleden tijd | afspoelen |
| spoelden af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | afspoelen |
| spoele af | woordvorm | afspoelen |
| spoelen af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | afspoelen |
| spoelt af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | afspoelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afspoelen zijn vastgelegd.