Naar de inhoud

afsmelten

wegsmelten

afsmelten

werkwoord

Betekenis

  1. wegsmelten

Vervoeging van afsmelten

afsmeltenhele werkwoord — smolt afverleden tijd enkelvoud — smolten afverleden tijd meervoud — afgesmoltenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smelt af smolt af
jij smelt af smolt af
hij, zij, het smelt af smolt af
wij smelten af smolten af
jullie smelten af smolten af
zij smelten af smolten af
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te smelten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal smelten bijzin, toekomende tijd
af zou smelten bijzin, voorwaardelijk
af zouden smelten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt smelten bijzin, voorwaardelijk
af zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen smelten bijzin, toekomende tijd
af zult smelten bijzin, toekomende tijd
afgesmolten verleden tijd, deelwoord
afgesmolten te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgesmolten zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afsmelt bijzin, tegenwoordige tijd
afsmeltend onvoltooid, deelwoord
afsmolt bijzin, verleden tijd
afsmolten bijzin, verleden tijd
ben afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smelt af gebiedende wijs
smolt af verleden tijd
te zijn afgesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afsmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afsmelten bijzin, toekomende tijd
zijn afgesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afsmelten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afsmelten af zou(dt) smelten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afsmelten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afsmelten bijzin, voorwaardelijk
zullen afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afsmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afsmelten bijzin, toekomende tijd
zult afgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afsmelten bijzin, toekomende tijd
zult/zal afsmelten af zult/zal smelten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af en smelten

Woordfamilie van afsmelten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgesmolten voltooid deelwoord afsmelten
afsmelte with-subordinate-clause afsmelten
afsmeltend onvoltooid deelwoord afsmelten
afsmeltende woordvorm afsmelten
afsmolt subordinate-clause, verleden tijd afsmelten
afsmolten subordinate-clause, verleden tijd afsmelten
smelt af gebiedende wijs afsmelten
smelte af woordvorm afsmelten
smelten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afsmelten
smolt af verleden tijd afsmelten
smolten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afsmelten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afsmelten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afsmelten

Wat betekent afsmelten?
Afsmelten is een werkwoord. Het woord betekent: wegsmelten.
Hoe vervoeg je afsmelten?
Je vervoegt afsmelten als volgt: het voltooid deelwoord is afgesmolten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afsmelten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afsmelten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afsmelten in het kort

afsmelten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afsmelten zijn 44 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afsmelten bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afsmelten: wegsmelten
Deel afsmelten — standaardnederlands.nl