Naar de inhoud

afschudden

doormiddel van krachige beweging iets verwijderen

afschudden

werkwoord

Betekenis

  1. doormiddel van krachige beweging iets verwijderen
  2. iets wat niet stoffelijk is verwijderen

werkwoord

  1. door middel van krachige beweging iets verwijderen
  2. aan de achtervolgers ontsnappen

Vervoeging van afschudden

afschuddenhele werkwoord

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van afschudden

Vervoeging van afschudden

afschuddenhele werkwoord — schudde afverleden tijd enkelvoud — schudden afverleden tijd meervoud — afgeschudvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schud af schudde af
jij schudt af schudde af
hij, zij, het schudt af schudde af
wij schudden af schudden af
jullie schudden af schudden af
zij schudden af schudden af
Alle 157 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te schudden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen schudden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal schudden bijzin, toekomende tijd
af zou schudden bijzin, voorwaardelijk
af zouden schudden bijzin, voorwaardelijk
af zoudt schudden bijzin, voorwaardelijk
af zullen schudden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen schudden bijzin, toekomende tijd
af zult schudden bijzin, toekomende tijd
afgeschud verleden tijd, deelwoord
afgeschud te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschud te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschud te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschud te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschud te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschud worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschud zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschud zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschud zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschud zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afschud bijzin, tegenwoordige tijd
afschudde bijzin, verleden tijd
afschuddend onvoltooid, deelwoord
afschudt bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeschud impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeschud impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeschud impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeschud impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeschud worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeschud zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeschud worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeschud zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeschud voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeschud voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeschud voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeschud voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeschud voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeschud voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeschud voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschud actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schud af gebiedende wijs
schud u/je af, schudt je af gebiedende wijs
schudde af verleden tijd
te hebben afgeschud actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afschudden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeschud voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschud voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeschud voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschud voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeschud voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeschud voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeschud voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeschud enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeschud enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeschud enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeschud enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeschud enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeschud enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeschud enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeschud hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschud hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeschud hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeschud zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschud zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afschudden bijzin, toekomende tijd
zal me afschudden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich afschudden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je afschudden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich afgeschud hebben verleden tijd
zich afschuddend onvoltooid, deelwoord
zijn afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeschud voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afschudden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afschudden af zou(dt) schudden bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afschudden bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeschud hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschud zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afschudden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afschudden bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeschud hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschud hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschud hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeschud worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschud zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschud zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschud zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afschudden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm

Herkomst

samenstelling van af en schudden

Woordfamilie van afschudden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeschud voltooid deelwoord afschudden
afgeschudde woordvorm afschudden
afschud subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschudden
afschudde subordinate-clause, verleden tijd afschudden
afschuddend onvoltooid deelwoord afschudden
afschuddende woordvorm afschudden
afschudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschudden
schud af gebiedende wijs afschudden
schudde af verleden tijd afschudden
schudden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afschudden
schudt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afschudden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afschudden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afschudden

Wat is de betekenis van afschudden?
Afschudden is een werkwoord. De betekenis is: doormiddel van krachige beweging iets verwijderen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afschudden?
Zo vervoeg je afschudden zo: het voltooid deelwoord is afgeschud. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afschudden is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. U 4
  7. D 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afschudden levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. U 2
  7. D 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afschudden in het kort

afschudden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afschudden staan er 97 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afschudden bij een woordfamilie van 11 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afschudden: doormiddel van krachige beweging iets verwijderen
Deel afschudden — standaardnederlands.nl