afscheider
zelfstandig naamwoord ˈɑfsxɛɪdərBetekenis
- apparaat dat ervoor zorgt dat iets van iets anders afgescheiden wordt sterk lijkend op een scheider
Hoe spreek je afscheider uit?
/ˈɑfsxɛidər/
Afscheider bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afscheiders | meervoud |
| afscheidertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afscheidertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van afscheiden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van afscheider
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afscheiders | meervoud | afscheider |
| afscheidertje | verkleinwoord | afscheider |
| afscheidertjes | verkleinwoord meervoud | afscheider |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afscheider zijn vastgelegd.