afscheiding
zelfstandig naamwoord ˈɑfsxɛɪdɪŋBetekenis
- wat afgescheiden wordt, wat uiteen gaat
- datgene wat zaken scheidt
- het uiteengaan van twee organisaties of staten
Hoe spreek je afscheiding uit?
/ˈɑfsxɛidɪŋ/
Afscheiding bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| s | sok |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afscheidingen | meervoud |
| afscheidinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afscheidinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van afscheiden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van afscheiding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afscheidingen | meervoud | afscheiding |
| afscheidinkje | verkleinwoord | afscheiding |
| afscheidinkjes | verkleinwoord meervoud | afscheiding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afscheiding zijn vastgelegd.