Naar de inhoud

afraken

niet meer belast worden door iets vervelends

afraken

werkwoord

Betekenis

  1. niet meer belast worden door iets vervelends
  2. iets verlaten

Vervoeging van afraken

afrakenhele werkwoord — raakte afverleden tijd enkelvoud — raakten afverleden tijd meervoud — afgeraaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raak af raakte af
jij raakt af raakte af
hij, zij, het raakt af raakte af
wij raken af raakten af
jullie raken af raakten af
zij raken af raakten af
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te raken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen raken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal raken bijzin, toekomende tijd
af zou raken bijzin, voorwaardelijk
af zouden raken bijzin, voorwaardelijk
af zoudt raken bijzin, voorwaardelijk
af zullen raken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen raken bijzin, toekomende tijd
af zult raken bijzin, toekomende tijd
afgeraakt verleden tijd, deelwoord
afgeraakt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeraakt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afraak bijzin, tegenwoordige tijd
afraakt bijzin, tegenwoordige tijd
afraakte bijzin, verleden tijd
afraakten bijzin, verleden tijd
afrakend onvoltooid, deelwoord
ben afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raak af gebiedende wijs
raakte af verleden tijd
te zijn afgeraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afraken bijzin, toekomende tijd
zijn afgeraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afraken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afraken af zou(dt) raken bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afraken bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afraken bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afraken bijzin, toekomende tijd
zult afgeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afraken bijzin, toekomende tijd
zult/zal afraken af zult/zal raken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en raken ww

Woordfamilie van afraken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeraakt voltooid deelwoord afraken
afgeraakte woordvorm afraken
afraak subordinate-clause, tegenwoordige tijd afraken
afraakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afraken
afraakte subordinate-clause, verleden tijd afraken
afraakten subordinate-clause, verleden tijd afraken
afrake with-subordinate-clause afraken
afrakend onvoltooid deelwoord afraken
afrakende woordvorm afraken
raak af gebiedende wijs afraken
raakt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afraken
raakte af verleden tijd afraken
raakten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afraken
rake af woordvorm afraken
raken af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afraken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afraken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afraken

Wat betekent afraken?
Afraken is een werkwoord. Het woord betekent: niet meer belast worden door iets vervelends. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afraken?
Je vervoegt afraken als volgt: het voltooid deelwoord is afgeraakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afraken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. R 2
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afraken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. R 2
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afraken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afraken in het kort

afraken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afraken zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afraken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afraken: niet meer belast worden door iets vervelends
Deel afraken — standaardnederlands.nl