Naar de inhoud

afraden

iemand trachten te overtuigen een voornemen niet uit te voeren

afraden

werkwoord

Betekenis

  1. iemand trachten te overtuigen een voornemen niet uit te voeren

Vervoeging van afraden

afradenhele werkwoord — raadde afverleden tijd enkelvoud — raadden afverleden tijd meervoud — afgeradenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raad af raadde af
jij raadt af raadde af
hij, zij, het raadt af raadde af
wij raden af raadden af
jullie raden af raadden af
zij raden af raadden af
Alle 149 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te raden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen raden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal raden bijzin, toekomende tijd
af zou raden bijzin, voorwaardelijk
af zouden raden bijzin, voorwaardelijk
af zoudt raden bijzin, voorwaardelijk
af zullen raden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen raden bijzin, toekomende tijd
af zult raden bijzin, toekomende tijd
afgeraden verleden tijd, deelwoord
afgeraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afraad bijzin, tegenwoordige tijd
afraadde bijzin, verleden tijd
afraadden bijzin, verleden tijd
afraadt bijzin, tegenwoordige tijd
afradend onvoltooid, deelwoord
afried bijzin, verleden tijd
afrieden bijzin, verleden tijd
afriedt bijzin, verleden tijd
ben afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raad af gebiedende wijs
raadde af verleden tijd
ried af verleden tijd
te hebben afgeraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeraden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeraden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeraden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeraden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afraden bijzin, toekomende tijd
zijn afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afraden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afraden af zou(dt) raden bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afraden bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeraden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeraden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afraden bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeraden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeraden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeraden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeraden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeraden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeraden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeraden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afraden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en raden ww

Woordfamilie van afraden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeraden voltooid deelwoord afraden
afraad subordinate-clause, tegenwoordige tijd afraden
afraadde subordinate-clause, verleden tijd afraden
afraadden subordinate-clause, verleden tijd afraden
afraadt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afraden
afrade with-subordinate-clause afraden
afradend onvoltooid deelwoord afraden
afradende woordvorm afraden
afried subordinate-clause, verleden tijd afraden
afrieden subordinate-clause, verleden tijd afraden
raad af gebiedende wijs afraden
raadde af verleden tijd afraden
raadden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afraden
raadt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afraden
rade af woordvorm afraden
raden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afraden
ried af verleden tijd afraden
rieden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afraden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afraden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afraden

Wat is de betekenis van afraden?
Afraden is een werkwoord. De betekenis is: iemand trachten te overtuigen een voornemen niet uit te voeren.
Hoe vervoeg ik afraden?
Zo vervoeg je afraden zo: het voltooid deelwoord is afgeraden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afraden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. R 2
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afraden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. R 2
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afraden telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afraden in het kort

afraden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afraden staan er 94 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afraden bij een woordfamilie van 18 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afraden: iemand trachten te overtuigen een voornemen niet uit te voeren
Deel afraden — standaardnederlands.nl