Naar de inhoud

afmelden

de sessie binnen een programma beëindigen

afmelden

werkwoord ˈɑfmɛldə(n)

Betekenis

  1. de sessie binnen een programma beëindigen
  2. niet langer deelnemen aan

Hoe spreek je afmelden uit?

/ˈɑfmɛldən/

Afmelden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfmɛldən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
m maan
ɛ bed
l land
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afmelden

afmeldenhele werkwoord — meldde afverleden tijd enkelvoud — meldden afverleden tijd meervoud — afgemeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik meld af meldde af
jij meldt af meldde af
hij, zij, het meldt af meldde af
wij melden af meldden af
jullie melden af meldden af
zij melden af meldden af
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te melden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen melden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal melden bijzin, toekomende tijd
af zou melden bijzin, voorwaardelijk
af zouden melden bijzin, voorwaardelijk
af zoudt melden bijzin, voorwaardelijk
af zullen melden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen melden bijzin, toekomende tijd
af zult melden bijzin, toekomende tijd
afgemeld verleden tijd, deelwoord
afgemeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgemeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgemeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgemeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgemeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgemeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgemeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgemeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgemeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgemeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afmeld bijzin, tegenwoordige tijd
afmeldde bijzin, verleden tijd
afmeldden bijzin, verleden tijd
afmeldend onvoltooid, deelwoord
afmeldt bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgemeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgemeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgemeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgemeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgemeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgemeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgemeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgemeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
meld af gebiedende wijs
meld u/je af, meldt je af gebiedende wijs
meldde af verleden tijd
te hebben afgemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afmelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgemeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgemeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afmelden bijzin, toekomende tijd
zal me afmelden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich afmelden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je afmelden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich afgemeld hebben verleden tijd
zich afmeldend onvoltooid, deelwoord
zijn afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afmelden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afmelden af zou(dt) melden bijzin, voorwaardelijk
zouden afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afmelden bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afmelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afmelden bijzin, voorwaardelijk
zullen afgemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgemeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgemeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgemeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en melden ww

Woordfamilie van afmelden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgemeld voltooid deelwoord afmelden
afgemelde woordvorm afmelden
afmeld subordinate-clause, tegenwoordige tijd afmelden
afmeldde subordinate-clause, verleden tijd afmelden
afmeldden subordinate-clause, verleden tijd afmelden
afmelde with-subordinate-clause afmelden
afmeldend onvoltooid deelwoord afmelden
afmeldende woordvorm afmelden
afmeldt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afmelden
meld af gebiedende wijs afmelden
meldde af verleden tijd afmelden
meldden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afmelden
melde af woordvorm afmelden
melden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afmelden
meldt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afmelden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afmelden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afmelden

Hoe spreek je afmelden uit?
De uitspraak van afmelden is: /ˈɑfmɛldə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afmelden?
Afmelden is een werkwoord. Het woord betekent: de sessie binnen een programma beëindigen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afmelden?
Je vervoegt afmelden als volgt: het voltooid deelwoord is afgemeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afmelden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. M 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afmelden levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. M 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afmelden in het kort

afmelden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afmelden zijn 99 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afmelden bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afmelden: de sessie binnen een programma beëindigen
Deel afmelden — standaardnederlands.nl