Naar de inhoud

afluisteren

ongemerkt luisteren naar de communicatie van anderen

afluisteren

werkwoord

Betekenis

  1. ongemerkt luisteren naar de communicatie van anderen

Vervoeging van afluisteren

afluisterenhele werkwoord — luisterde afverleden tijd enkelvoud — luisterden afverleden tijd meervoud — afgeluisterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik luister af luisterde af
jij luistert af luisterde af
hij, zij, het luistert af luisterde af
wij luisteren af luisterden af
jullie luisteren af luisterden af
zij luisteren af luisterden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te luisteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen luisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal luisteren bijzin, toekomende tijd
af zou luisteren bijzin, voorwaardelijk
af zouden luisteren bijzin, voorwaardelijk
af zoudt luisteren bijzin, voorwaardelijk
af zullen luisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen luisteren bijzin, toekomende tijd
af zult luisteren bijzin, toekomende tijd
afgeluisterd verleden tijd, deelwoord
afgeluisterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeluisterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeluisterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeluisterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeluisterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeluisterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeluisterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeluisterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeluisterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeluisterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afluister bijzin, tegenwoordige tijd
afluisterde bijzin, verleden tijd
afluisterden bijzin, verleden tijd
afluisterend onvoltooid, deelwoord
afluistert bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeluisterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeluisterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeluisterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeluisterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeluisterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeluisterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeluisterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeluisterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeluisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeluisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeluisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeluisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeluisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeluisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeluisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeluisterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
luister af gebiedende wijs
luisterde af verleden tijd
te hebben afgeluisterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afluisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeluisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeluisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeluisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeluisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeluisterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeluisterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeluisterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeluisterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeluisterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeluisterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afluisteren bijzin, toekomende tijd
zijn afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeluisterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afluisteren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afluisteren af zou(dt) luisteren bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afluisteren bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeluisterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeluisterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afluisteren bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeluisterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeluisterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeluisterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeluisterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afluisteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afluisteren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afluisteren bijzin, toekomende tijd
zult afgeluisterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en luisteren ww

Woordfamilie van afluisteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeluisterd voltooid deelwoord afluisteren
afgeluisterde woordvorm afluisteren
afluister subordinate-clause, tegenwoordige tijd afluisteren
afluisterde subordinate-clause, verleden tijd afluisteren
afluisterden subordinate-clause, verleden tijd afluisteren
afluistere with-subordinate-clause afluisteren
afluisterend onvoltooid deelwoord afluisteren
afluisterende woordvorm afluisteren
afluistert subordinate-clause, tegenwoordige tijd afluisteren
luister af gebiedende wijs afluisteren
luisterde af verleden tijd afluisteren
luisterden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afluisteren
luistere af woordvorm afluisteren
luisteren af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afluisteren
luistert af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afluisteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afluisteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afluisteren

Wat betekent afluisteren?
Afluisteren is een werkwoord. Het woord betekent: ongemerkt luisteren naar de communicatie van anderen.
Hoe vervoeg je afluisteren?
Je vervoegt afluisteren als volgt: het voltooid deelwoord is afgeluisterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afluisteren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. L 3
  4. U 4
  5. I 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afluisteren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. L 3
  4. U 2
  5. I 2
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afluisteren in het kort

afluisteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afluisteren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afluisteren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afluisteren: ongemerkt luisteren naar de communicatie van anderen
Deel afluisteren — standaardnederlands.nl