Naar de inhoud

afkluiven

door kluiven alle vlees van een bot verwijderen

afkluiven

werkwoord

Betekenis

  1. door kluiven alle vlees van een bot verwijderen

Vervoeging van afkluiven

afkluivenhele werkwoord — kloof afverleden tijd enkelvoud — kloven afverleden tijd meervoud — afgeklovenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kluif af kloof af
jij kluift af kloof af
hij, zij, het kluift af kloof af
wij kluiven af kloven af
jullie kluiven af kloven af
zij kluiven af kloven af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te kluiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen kluiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal kluiven bijzin, toekomende tijd
af zou kluiven bijzin, voorwaardelijk
af zouden kluiven bijzin, voorwaardelijk
af zoudt kluiven bijzin, voorwaardelijk
af zullen kluiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen kluiven bijzin, toekomende tijd
af zult kluiven bijzin, toekomende tijd
afgekloven verleden tijd, deelwoord
afgekloven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgekloven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgekloven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekloven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekloven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekloven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgekloven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgekloven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgekloven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgekloven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afkloof bijzin, verleden tijd
afkloven bijzin, verleden tijd
afkluif bijzin, tegenwoordige tijd
afkluift bijzin, tegenwoordige tijd
afkluivend onvoltooid, deelwoord
ben afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgekloven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgekloven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgekloven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgekloven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgekloven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgekloven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgekloven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgekloven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgekloven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgekloven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgekloven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgekloven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekloven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kloof af verleden tijd
kluif af gebiedende wijs
te hebben afgekloven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afkluiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgekloven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgekloven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgekloven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgekloven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgekloven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgekloven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgekloven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgekloven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgekloven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgekloven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgekloven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgekloven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekloven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afkluiven bijzin, toekomende tijd
zijn afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afkluiven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afkluiven af zou(dt) kluiven bijzin, voorwaardelijk
zouden afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afkluiven bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgekloven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afkluiven bijzin, voorwaardelijk
zullen afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgekloven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgekloven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekloven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekloven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afkluiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afkluiven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afkluiven bijzin, toekomende tijd
zult afgekloven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en kluiven ww

Woordfamilie van afkluiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgekloven voltooid deelwoord afkluiven
afkloof subordinate-clause, verleden tijd afkluiven
afkloven subordinate-clause, verleden tijd afkluiven
afkluif subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkluiven
afkluift subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkluiven
afkluive with-subordinate-clause afkluiven
afkluivend onvoltooid deelwoord afkluiven
afkluivende woordvorm afkluiven
kloof af verleden tijd afkluiven
kloven af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afkluiven
kluif af gebiedende wijs afkluiven
kluift af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afkluiven
kluive af woordvorm afkluiven
kluiven af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afkluiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkluiven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afkluiven

Wat betekent afkluiven?
Afkluiven is een werkwoord. Het woord betekent: door kluiven alle vlees van een bot verwijderen.
Hoe vervoeg je afkluiven?
Je vervoegt afkluiven als volgt: het voltooid deelwoord is afgekloven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afkluiven is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. L 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afkluiven levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. L 3
  5. U 2
  6. I 2
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afkluiven in het kort

afkluiven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afkluiven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afkluiven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afkluiven: door kluiven alle vlees van een bot verwijderen
Deel afkluiven — standaardnederlands.nl