afkluiven
werkwoordBetekenis
- door kluiven alle vlees van een bot verwijderen
Vervoeging van afkluiven
afkluivenhele werkwoord — kloof afverleden tijd enkelvoud — kloven afverleden tijd meervoud — afgeklovenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kluif af | kloof af |
| jij | kluift af | kloof af |
| hij, zij, het | kluift af | kloof af |
| wij | kluiven af | kloven af |
| jullie | kluiven af | kloven af |
| zij | kluiven af | kloven af |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| af te kluiven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| af te zullen kluiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| af zal kluiven | bijzin, toekomende tijd |
| af zou kluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| af zouden kluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| af zoudt kluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| af zullen kluiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| af zullen kluiven | bijzin, toekomende tijd |
| af zult kluiven | bijzin, toekomende tijd |
| afgekloven | verleden tijd, deelwoord |
| afgekloven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgekloven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| afgekloven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgekloven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgekloven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| afgekloven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgekloven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| afgekloven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgekloven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afgekloven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| afkloof | bijzin, verleden tijd |
| afkloven | bijzin, verleden tijd |
| afkluif | bijzin, tegenwoordige tijd |
| afkluift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| afkluivend | onvoltooid, deelwoord |
| ben afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is afgekloven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was afgekloven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd afgekloven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt afgekloven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal afgekloven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal afgekloven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou afgekloven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou afgekloven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had afgekloven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had afgekloven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had afgekloven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden afgekloven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden afgekloven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden afgekloven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt afgekloven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgekloven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kloof af | verleden tijd |
| kluif af | gebiedende wijs |
| te hebben afgekloven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen afkluiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart afgekloven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgekloven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren afgekloven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren afgekloven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was afgekloven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was afgekloven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was afgekloven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt afgekloven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal afgekloven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal afgekloven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal afkluiven | bijzin, toekomende tijd |
| zijn afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt afgekloven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou afkluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) afkluiven af zou(dt) kluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden afkluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt afgekloven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afgekloven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt afkluiven | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afgekloven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afgekloven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen afgekloven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen afgekloven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen afkluiven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen afkluiven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen afkluiven | bijzin, toekomende tijd |
| zult afgekloven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van af bw en kluiven ww
Woordfamilie van afkluiven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afgekloven | voltooid deelwoord | afkluiven |
| afkloof | subordinate-clause, verleden tijd | afkluiven |
| afkloven | subordinate-clause, verleden tijd | afkluiven |
| afkluif | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afkluiven |
| afkluift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | afkluiven |
| afkluive | with-subordinate-clause | afkluiven |
| afkluivend | onvoltooid deelwoord | afkluiven |
| afkluivende | woordvorm | afkluiven |
| kloof af | verleden tijd | afkluiven |
| kloven af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | afkluiven |
| kluif af | gebiedende wijs | afkluiven |
| kluift af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | afkluiven |
| kluive af | woordvorm | afkluiven |
| kluiven af | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | afkluiven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkluiven zijn vastgelegd.