Naar de inhoud

afkloppen

soort van ritueel waarbij men door op iets te kloppen, het lot probeert te sturen, in het bijzonder het uit bijgeloof kloppen op onbewerkt hout om te voorkomen dat een uitgesproken onheil werkelijkheid zal worden

afkloppen

werkwoord ˈɑfklɔpə(n)

Betekenis

  1. soort van ritueel waarbij men door op iets te kloppen, het lot probeert te sturen, in het bijzonder het uit bijgeloof kloppen op onbewerkt hout om te voorkomen dat een uitgesproken onheil werkelijkheid zal worden
  2. textiel door slaande bewegingen over de gehele oppervlakte ontdoen van stof of vergelijkbare verontreiniging

Hoe spreek je afkloppen uit?

/ˈɑfklɔpən/

Afkloppen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfklɔpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
k kat
l land
ɔ bot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afkloppen

afkloppenhele werkwoord — klopte afverleden tijd enkelvoud — klopten afverleden tijd meervoud — afgekloptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klop af klopte af
jij klopt af klopte af
hij, zij, het klopt af klopte af
wij kloppen af klopten af
jullie kloppen af klopten af
zij kloppen af klopten af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te kloppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal kloppen bijzin, toekomende tijd
af zou kloppen bijzin, voorwaardelijk
af zouden kloppen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt kloppen bijzin, voorwaardelijk
af zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen kloppen bijzin, toekomende tijd
af zult kloppen bijzin, toekomende tijd
afgeklopt verleden tijd, deelwoord
afgeklopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeklopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeklopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeklopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeklopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeklopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeklopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeklopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeklopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeklopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afklop bijzin, tegenwoordige tijd
afkloppend onvoltooid, deelwoord
afklopt bijzin, tegenwoordige tijd
afklopte bijzin, verleden tijd
afklopten bijzin, verleden tijd
ben afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeklopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeklopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeklopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeklopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeklopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeklopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klop af gebiedende wijs
klopte af verleden tijd
te hebben afgeklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afkloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afkloppen bijzin, toekomende tijd
zijn afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afkloppen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afkloppen af zou(dt) kloppen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afkloppen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afkloppen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afkloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afkloppen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afkloppen bijzin, toekomende tijd
zult afgeklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en kloppen ww

Woordfamilie van afkloppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeklopt voltooid deelwoord afkloppen
afgeklopte woordvorm afkloppen
afklop subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkloppen
afkloppe with-subordinate-clause afkloppen
afkloppend onvoltooid deelwoord afkloppen
afkloppende woordvorm afkloppen
afklopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkloppen
afklopte subordinate-clause, verleden tijd afkloppen
afklopten subordinate-clause, verleden tijd afkloppen
klop af gebiedende wijs afkloppen
kloppe af woordvorm afkloppen
kloppen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afkloppen
klopt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afkloppen
klopte af verleden tijd afkloppen
klopten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afkloppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkloppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afkloppen

Hoe spreek ik afkloppen uit?
Zo spreek je afkloppen uit: /ˈɑfklɔpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van afkloppen?
Afkloppen is een werkwoord. De betekenis is: soort van ritueel waarbij men door op iets te kloppen, het lot probeert te sturen, in het bijzonder het uit bijgeloof kloppen op onbewerkt hout om te voorkomen dat een uitgesproken onheil werkelijkheid zal worden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afkloppen?
Zo vervoeg je afkloppen zo: het voltooid deelwoord is afgeklopt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afkloppen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afkloppen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afkloppen in het kort

afkloppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afkloppen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afkloppen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afkloppen: soort van ritueel waarbij men door op iets te kloppen, het lot probeert te sturen, in het bijzonder het uit bijgeloof kloppen op onbewerkt hout om te voorkomen dat een uitgesproken onheil werkelijkheid zal worden
Deel afkloppen — standaardnederlands.nl