Naar de inhoud

afgieten

het wegschenken van kookvocht

afgieten

werkwoord ˈɑfxitə(n)

Betekenis

  1. het wegschenken van kookvocht

Hoe spreek je afgieten uit?

/ˈɑfxitən/

Afgieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfxitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
x acht
i riet
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afgieten

afgietenhele werkwoord — goot afverleden tijd enkelvoud — goten afverleden tijd meervoud — afgegotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik giet af goot af
jij giet af goot af
hij, zij, het giet af goot af
wij gieten af goten af
jullie gieten af goten af
zij gieten af goten af
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te gieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal gieten bijzin, toekomende tijd
af zou gieten bijzin, voorwaardelijk
af zouden gieten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt gieten bijzin, voorwaardelijk
af zullen gieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen gieten bijzin, toekomende tijd
af zult gieten bijzin, toekomende tijd
afgegoten verleden tijd, deelwoord
afgegoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgegoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgegoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgegoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgegoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgegoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgegoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgegoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgegoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgegoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgiet bijzin, tegenwoordige tijd
afgietend onvoltooid, deelwoord
afgoot bijzin, verleden tijd
afgoten bijzin, verleden tijd
ben afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgegoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgegoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgegoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgegoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgegoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgegoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgegoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgegoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
giet af gebiedende wijs
goot af verleden tijd
had afgegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgegoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afgieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgegoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgegoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgegoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgegoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgegoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgegoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgegoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afgieten bijzin, toekomende tijd
zijn afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgegoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afgieten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afgieten af zou(dt) gieten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afgieten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgegoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgegoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afgieten bijzin, voorwaardelijk
zullen afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgegoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgegoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgegoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgieten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afgieten bijzin, toekomende tijd
zult afgegoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afgegoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en gieten ww

Woordfamilie van afgieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgegoten voltooid deelwoord afgieten
afgiet subordinate-clause, tegenwoordige tijd afgieten
afgiete with-subordinate-clause afgieten
afgietend onvoltooid deelwoord afgieten
afgietende woordvorm afgieten
afgoot subordinate-clause, verleden tijd afgieten
afgoten subordinate-clause, verleden tijd afgieten
giet af gebiedende wijs afgieten
giete af woordvorm afgieten
gieten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afgieten
goot af verleden tijd afgieten
goten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afgieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afgieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afgieten

Hoe spreek je afgieten uit?
De uitspraak van afgieten is: /ˈɑfxitə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afgieten?
Afgieten is een werkwoord. Het woord betekent: het wegschenken van kookvocht.
Hoe vervoeg je afgieten?
Je vervoegt afgieten als volgt: het voltooid deelwoord is afgegoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afgieten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. G 3
  4. I 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afgieten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. G 3
  4. I 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afgieten in het kort

afgieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afgieten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afgieten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afgieten: het wegschenken van kookvocht
Deel afgieten — standaardnederlands.nl