aerobiccen
werkwoordBetekenis
- aerobics beoefenen
Vervoeging van aerobiccen
aerobiccenhele werkwoord — aerobicteverleden tijd enkelvoud — aerobictenverleden tijd meervoud — geaerobictvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | aerobic | aerobicte |
| jij | aerobict | aerobicte |
| hij, zij, het | aerobict | aerobicte |
| wij | aerobiccen | aerobicten |
| jullie | aerobiccen | aerobicten |
| zij | aerobiccen | aerobicten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aerobic | gebiedende wijs |
| aerobicce | aanvoegende wijs |
| aerobiccend | onvoltooid, deelwoord |
| aerobicte | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| geaerobict | verleden tijd, deelwoord |
| geaerobict te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaerobict zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geaerobict | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geaerobict | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geaerobict | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geaerobict | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geaerobict | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geaerobict | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geaerobict | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaerobict | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaerobict | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te aerobiccen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geaerobict | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aerobiccen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geaerobict hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aerobiccen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult aerobiccen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geaerobict hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van aerobics met het achtervoegsel -en (met het voorvoegsel aero-)
Woordfamilie van aerobiccen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aerobic | gebiedende wijs | aerobiccen |
| aerobicce | aanvoegende wijs | aerobiccen |
| aerobiccend | onvoltooid deelwoord | aerobiccen |
| aerobiccende | woordvorm | aerobiccen |
| aerobict | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aerobiccen |
| aerobicte | verleden tijd | aerobiccen |
| aerobicten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aerobiccen |
| geaerobict | voltooid deelwoord | aerobiccen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aerobiccen zijn vastgelegd.