adopteren
werkwoordBetekenis
- een kind aannemen en verzorgen alsof het iemands eigen kind is
- voor iets zorgen alsof het van jezelf is
Vervoeging van adopteren
adopterenhele werkwoord — adopteerdeverleden tijd enkelvoud — adopteerdenverleden tijd meervoud — geadopteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | adopteer | adopteerde |
| jij | adopteert | adopteerde |
| hij, zij, het | adopteert | adopteerde |
| wij | adopteren | adopteerden |
| jullie | adopteren | adopteerden |
| zij | adopteren | adopteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adopteer | gebiedende wijs |
| adopteerde | verleden tijd |
| adoptere | aanvoegende wijs |
| adopterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geadopteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geadopteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geadopteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geadopteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geadopteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geadopteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geadopteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geadopteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geadopteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geadopteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadopteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geadopteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geadopteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geadopteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geadopteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geadopteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geadopteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geadopteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadopteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadopteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te adopteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geadopteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen adopteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geadopteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen adopteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult adopteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geadopteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aannemen als kind’ voor het eerst aangetroffen in 1553
Woordfamilie van adopteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| adopteer | gebiedende wijs | adopteren |
| adopteerde | verleden tijd | adopteren |
| adopteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | adopteren |
| adopteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | adopteren |
| adoptere | aanvoegende wijs | adopteren |
| adopterend | onvoltooid deelwoord | adopteren |
| adopterende | woordvorm | adopteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van adopteren zijn vastgelegd.