administreren
werkwoordBetekenis
- zorgvuldig vastleggen van gegevens zodat het later terug te vinden of controleren is
Vervoeging van administreren
administrerenhele werkwoord — administreerdeverleden tijd enkelvoud — administreerdenverleden tijd meervoud — geadministreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | administreer | administreerde |
| jij | administreert | administreerde |
| hij, zij, het | administreert | administreerde |
| wij | administreren | administreerden |
| jullie | administreren | administreerden |
| zij | administreren | administreerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| administreer | gebiedende wijs |
| administreerde | verleden tijd |
| administrere | aanvoegende wijs |
| administrerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geadministreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geadministreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geadministreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geadministreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geadministreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geadministreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geadministreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geadministreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geadministreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geadministreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geadministreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geadministreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geadministreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geadministreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geadministreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geadministreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geadministreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geadministreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadministreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geadministreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te administreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geadministreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen administreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt administreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geadministreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen administreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult administreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geadministreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘besturen’ voor het eerst aangetroffen in 1488
Woordfamilie van administreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| administreer | gebiedende wijs | administreren |
| administreerde | verleden tijd | administreren |
| administreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | administreren |
| administreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | administreren |
| administrere | aanvoegende wijs | administreren |
| administrerend | onvoltooid deelwoord | administreren |
| administrerende | woordvorm | administreren |
| geadministreerd | voltooid deelwoord | administreren |
| geadministreerde | woordvorm | administreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van administreren zijn vastgelegd.