achteropkomen
werkwoordBetekenis
- inhalen van een eerder opgelopen achterstand, inhalen zonder passeren
Vervoeging van achteropkomen
achteropkomenhele werkwoord — kwam achteropverleden tijd enkelvoud — kwamen achteropverleden tijd meervoud — achteropgekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom achterop | kwam achterop |
| jij | komt achterop | kwaamt achterop |
| hij, zij, het | komt achterop | kwam achterop |
| wij | komen achterop | kwamen achterop |
| jullie | komen achterop | kwamen achterop |
| zij | komen achterop | kwamen achterop |
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| achterop te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achterop te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achterop zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| achterop zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterop zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterop zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| achterop zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achterop zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| achterop zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| achteropgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| achteropgekomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achteropgekomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achteropgekomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achteropgekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achteropgekomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achteropgekomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| achteropgekomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| achteropgekomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteropgekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteropgekomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteropkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteropkomend | onvoltooid, deelwoord |
| achteropkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteropkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| achteropkwam | bijzin, verleden tijd |
| achteropkwamen | bijzin, verleden tijd |
| ben achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is achteropgekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was achteropgekomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd achteropgekomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt achteropgekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal achteropgekomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal achteropgekomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou achteropgekomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou achteropgekomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom achterop | gebiedende wijs |
| kwam achterop | verleden tijd |
| te zijn achteropgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achteropkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was achteropgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt achteropgekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achteropkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn achteropgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt achteropgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achteropkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) achteropkomen achterop zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achteropkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achteropgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achteropkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achteropkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achteropkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult achteropgekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achteropgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achteropkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achteropkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal achteropkomen achterop zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achterop en komen
Woordfamilie van achteropkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achteropgekomen | voltooid deelwoord | achteropkomen |
| achteropkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteropkomen |
| achteropkome | with-subordinate-clause | achteropkomen |
| achteropkomend | onvoltooid deelwoord | achteropkomen |
| achteropkomende | woordvorm | achteropkomen |
| achteropkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteropkomen |
| achteropkwam | subordinate-clause, verleden tijd | achteropkomen |
| achteropkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | achteropkomen |
| kom achterop | gebiedende wijs | achteropkomen |
| kome achterop | woordvorm | achteropkomen |
| komen achterop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achteropkomen |
| komt achterop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achteropkomen |
| kwam achterop | verleden tijd | achteropkomen |
| kwamen achterop | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achteropkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achteropkomen zijn vastgelegd.