achteromzien
werkwoord ˌɑxtəˈrɔmzinBetekenis
- terug kijken
Hoe spreek je achteromzien uit?
/ˌɑxtəˈrɔmzin/
Achteromzien bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| z | zon |
| i | riet |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van achteromzien
achteromzienhele werkwoord — zag achteromverleden tijd enkelvoud — zagen achteromverleden tijd meervoud — achteromgezienvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zie achterom | zag achterom |
| jij | ziet achterom | zaagt achterom |
| hij, zij, het | ziet achterom | zag achterom |
| wij | zien achterom | zagen achterom |
| jullie | zien achterom | zagen achterom |
| zij | zien achterom | zagen achterom |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterom te zien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achterom te zullen zien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achterom zal zien | bijzin, toekomende tijd |
| achterom zou zien | bijzin, voorwaardelijk |
| achterom zouden zien | bijzin, voorwaardelijk |
| achterom zoudt zien | bijzin, voorwaardelijk |
| achterom zullen zien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achterom zullen zien | bijzin, toekomende tijd |
| achterom zult zien | bijzin, toekomende tijd |
| achteromgezien | verleden tijd, deelwoord |
| achteromgezien te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achteromgezien zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteromzaagt | bijzin, verleden tijd |
| achteromzag | bijzin, verleden tijd |
| achteromzagen | bijzin, verleden tijd |
| achteromzie | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteromziend | onvoltooid, deelwoord |
| achteromziet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had achteromgezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had achteromgezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had achteromgezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden achteromgezien | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden achteromgezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden achteromgezien | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt achteromgezien | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben achteromgezien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft achteromgezien | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben achteromgezien | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achteromzien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zag achterom | verleden tijd |
| zal achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achteromzien | bijzin, toekomende tijd |
| zie achterom | gebiedende wijs |
| zou achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achteromzien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) achteromzien achterom zou(dt) zien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achteromzien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achteromgezien hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achteromzien | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achteromzien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achteromzien | bijzin, toekomende tijd |
| zult achteromgezien hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achteromzien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achteromzien | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal achteromzien achterom zult/zal zien | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achterom en zien
Woordfamilie van achteromzien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achteromgezien | voltooid deelwoord | achteromzien |
| achteromgeziene | woordvorm | achteromzien |
| achteromzag | subordinate-clause, verleden tijd | achteromzien |
| achteromzagen | subordinate-clause, verleden tijd | achteromzien |
| achteromzie | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteromzien |
| achteromziend | onvoltooid deelwoord | achteromzien |
| achteromziende | woordvorm | achteromzien |
| achteromziet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteromzien |
| zag achterom | verleden tijd | achteromzien |
| zagen achterom | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achteromzien |
| zie achterom | gebiedende wijs | achteromzien |
| zien achterom | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achteromzien |
| ziet achterom | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achteromzien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achteromzien zijn vastgelegd.