achteraankomen
werkwoordBetekenis
- later zijn dan anderen
Vervoeging van achteraankomen
achteraankomenhele werkwoord — kwam achteraanverleden tijd enkelvoud — kwamen achteraanverleden tijd meervoud — achteraangekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom achteraan | kwam achteraan |
| jij | komt achteraan | kwaamt achteraan |
| hij, zij, het | komt achteraan | kwam achteraan |
| wij | komen achteraan | kwamen achteraan |
| jullie | komen achteraan | kwamen achteraan |
| zij | komen achteraan | kwamen achteraan |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achteraan te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achteraan te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achteraan zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| achteraan zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| achteraan zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| achteraan zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| achteraan zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteraan zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| achteraan zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| achteraangekomen | verleden tijd, deelwoord |
| achteraangekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achteraangekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achteraankom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteraankomend | onvoltooid, deelwoord |
| achteraankomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achteraankwaamt | bijzin, verleden tijd |
| achteraankwam | bijzin, verleden tijd |
| achteraankwamen | bijzin, verleden tijd |
| ben achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom achteraan | gebiedende wijs |
| kwam achteraan | verleden tijd |
| te zijn achteraangekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achteraankomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was achteraangekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achteraankomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn achteraangekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt achteraangekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achteraankomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) achteraankomen achteraan zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achteraankomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achteraangekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achteraankomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen achteraankomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achteraankomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult achteraangekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult achteraankomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achteraankomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal achteraankomen achteraan zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achteraan en komen
Woordfamilie van achteraankomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achteraangekomen | voltooid deelwoord | achteraankomen |
| achteraankom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteraankomen |
| achteraankome | with-subordinate-clause | achteraankomen |
| achteraankomend | onvoltooid deelwoord | achteraankomen |
| achteraankomende | woordvorm | achteraankomen |
| achteraankomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achteraankomen |
| achteraankwam | subordinate-clause, verleden tijd | achteraankomen |
| achteraankwamen | subordinate-clause, verleden tijd | achteraankomen |
| kom achteraan | gebiedende wijs | achteraankomen |
| kome achteraan | woordvorm | achteraankomen |
| komen achteraan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achteraankomen |
| komt achteraan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achteraankomen |
| kwam achteraan | verleden tijd | achteraankomen |
| kwamen achteraan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achteraankomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achteraankomen zijn vastgelegd.