abdiqueren
werkwoordBetekenis
- vrijwilling afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden
werkwoord
- vrijwillig afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden unergative
Vervoeging van abdiqueren
abdiquerenhele werkwoord — abdiqueerdeverleden tijd enkelvoud — abdiqueerdenverleden tijd meervoud — geabdiqueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | abdiqueer | abdiqueerde |
| jij | abdiqueert | abdiqueerde |
| hij, zij, het | abdiqueert | abdiqueerde |
| wij | abdiqueren | abdiqueerden |
| jullie | abdiqueren | abdiqueerden |
| zij | abdiqueren | abdiqueerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| abdiqueer | gebiedende wijs |
| abdiqueerde | verleden tijd |
| abdiquere | aanvoegende wijs |
| abdiquerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geabdiqueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geabdiqueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geabdiqueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geabdiqueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geabdiqueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geabdiqueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geabdiqueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geabdiqueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geabdiqueerd | verleden tijd, deelwoord |
| geabdiqueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geabdiqueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geabdiqueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geabdiqueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geabdiqueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te abdiqueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geabdiqueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen abdiqueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geabdiqueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen abdiqueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult abdiqueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geabdiqueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse abdiquer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van abdiqueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abdiqueer | gebiedende wijs | abdiqueren |
| abdiqueerde | verleden tijd | abdiqueren |
| abdiqueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | abdiqueren |
| abdiqueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | abdiqueren |
| abdiquere | aanvoegende wijs | abdiqueren |
| abdiquerend | onvoltooid deelwoord | abdiqueren |
| abdiquerende | woordvorm | abdiqueren |
| geabdiqueerd | voltooid deelwoord | abdiqueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abdiqueren zijn vastgelegd.