Naar de inhoud

abdiqueren

vrijwilling afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden

abdiqueren

werkwoord

Betekenis

  1. vrijwilling afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden

werkwoord

  1. vrijwillig afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden unergative

Vervoeging van abdiqueren

abdiquerenhele werkwoord — abdiqueerdeverleden tijd enkelvoud — abdiqueerdenverleden tijd meervoud — geabdiqueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik abdiqueer abdiqueerde
jij abdiqueert abdiqueerde
hij, zij, het abdiqueert abdiqueerde
wij abdiqueren abdiqueerden
jullie abdiqueren abdiqueerden
zij abdiqueren abdiqueerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
abdiqueer gebiedende wijs
abdiqueerde verleden tijd
abdiquere aanvoegende wijs
abdiquerend onvoltooid, deelwoord
er is geabdiqueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geabdiqueerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geabdiqueerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geabdiqueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geabdiqueerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geabdiqueerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geabdiqueerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geabdiqueerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geabdiqueerd verleden tijd, deelwoord
geabdiqueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geabdiqueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geabdiqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geabdiqueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geabdiqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te abdiqueren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geabdiqueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen abdiqueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geabdiqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen abdiqueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult abdiqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geabdiqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse abdiquer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van abdiqueren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
abdiqueer gebiedende wijs abdiqueren
abdiqueerde verleden tijd abdiqueren
abdiqueerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon abdiqueren
abdiqueert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon abdiqueren
abdiquere aanvoegende wijs abdiqueren
abdiquerend onvoltooid deelwoord abdiqueren
abdiquerende woordvorm abdiqueren
geabdiqueerd voltooid deelwoord abdiqueren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abdiqueren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over abdiqueren

Wat betekent abdiqueren?
Abdiqueren is een werkwoord. Het woord betekent: vrijwilling afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je abdiqueren?
Je vervoegt abdiqueren als volgt: de tegenwoordige tijd is abdiqueer, de verleden tijd is abdiqueerde en het voltooid deelwoord is geabdiqueerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord abdiqueren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. B 3
  3. D 2
  4. I 1
  5. Q 10
  6. U 4
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

abdiqueren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 138 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. B 4
  3. D 2
  4. I 2
  5. Q 10
  6. U 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 138 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Q) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

abdiqueren in het kort

abdiqueren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van abdiqueren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort abdiqueren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

abdiqueren: vrijwilling afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden
Deel abdiqueren — standaardnederlands.nl