aanvoelen
werkwoord ˈaɱvulə(n)Betekenis
- gevoel hebben voor, bij intuïtie begrijpen
- met het gevoel begrijpen
- het genoemde gevoel geven
Hoe spreek je aanvoelen uit?
/ˈamvulən/
Aanvoelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| v | vis |
| u | boek |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanvoelen
aanvoelenhele werkwoord — voelde aanverleden tijd enkelvoud — voelden aanverleden tijd meervoud — aangevoeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voel aan | voelde aan |
| jij | voelt aan | voelde aan |
| hij, zij, het | voelt aan | voelde aan |
| wij | voelen aan | voelden aan |
| jullie | voelen aan | voelden aan |
| zij | voelen aan | voelden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te voelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen voelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal voelen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou voelen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden voelen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt voelen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen voelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen voelen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult voelen | bijzin, toekomende tijd |
| aangevoeld | verleden tijd, deelwoord |
| aangevoeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangevoeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangevoeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangevoeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangevoeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangevoeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangevoeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangevoeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangevoeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangevoeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanvoel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanvoelde | bijzin, verleden tijd |
| aanvoelden | bijzin, verleden tijd |
| aanvoelend | onvoltooid, deelwoord |
| aanvoelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangevoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangevoeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangevoeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangevoeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangevoeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangevoeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangevoeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangevoeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangevoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangevoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangevoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangevoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangevoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangevoeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanvoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voel aan | gebiedende wijs |
| voelde aan | verleden tijd |
| waart aangevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangevoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangevoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangevoeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangevoeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangevoeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangevoeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangevoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangevoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanvoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangevoeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanvoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanvoelen aan zou(dt) voelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanvoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangevoeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangevoeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanvoelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangevoeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangevoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangevoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangevoeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanvoelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanvoelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanvoelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangevoeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en voelen ww
Woordfamilie van aanvoelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangevoeld | voltooid deelwoord | aanvoelen |
| aangevoelde | woordvorm | aanvoelen |
| aanvoel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanvoelen |
| aanvoelde | subordinate-clause, verleden tijd | aanvoelen |
| aanvoelden | subordinate-clause, verleden tijd | aanvoelen |
| aanvoele | with-subordinate-clause | aanvoelen |
| aanvoelend | onvoltooid deelwoord | aanvoelen |
| aanvoelende | woordvorm | aanvoelen |
| aanvoelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanvoelen |
| voel aan | gebiedende wijs | aanvoelen |
| voelde aan | verleden tijd | aanvoelen |
| voelden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanvoelen |
| voele aan | woordvorm | aanvoelen |
| voelen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanvoelen |
| voelt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanvoelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvoelen zijn vastgelegd.